Auteur: Ron Lodewijks Pagina 3 van 4

Machtsmisbruik, politieke intriges en sensatienieuws nekten superbelastingdienst

Drie mannen in de beklaagdenbank. Schouder aan schouder. De openbare aanklager krijgt het woord. ‘De staat trekt alle aanklachten tegen de beschuldigden terug’. Direct spreekt de rechter het verlossende woord. ‘ U bent vrij om te gaan’. De mannen staan op en omhelzen elkaar ingetogen. Hun lijdensweg is in een oogwenk voorbij.

Jarenlang stonden zij aan de top van Sars, de Zuid-Afrikaanse belastingdienst: Ivan Pillay, Andries Janse van Rensburg en Johann van Loggerenberg. Gedreven dienaren van de staat die resultaat willen boeken. Vanuit het dwingende besef dat belastinggeld de kurk is waarop de verzorgingsstaat na de apartheid moet drijven in het door werkloosheid en armoede geteisterde Zuid-Afrika.

Het leven van tientallen miljoenen (zwarte) Zuid-Afrikanen hangt af van uitkeringen (pensioenen, kindertoeslagen) en voorzieningen (huizen, stroom, water, sanitair) die worden betaald met belastinggeld. Amper drie miljoen Zuid-Afrikanen, burgers en bedrijven, moeten dit kapitaal ophoesten. De overige 55 miljoen ingezetenen betalen weinig of helemaal geen inkomstenbelasting, simpelweg wegens gebrek aan inkomen.

En Sars haalt veel geld binnen. Wanbetalers, belastingontduikers en witwassers worden op de huid gezeten. Het succes is groot, tè groot zoals de drie topambtenaren moeten ervaren. Want er wordt op machtige tenen getrapt.

Het gaat dan ook mis. Ze worden ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor duistere praktijken van een speciale eenheid die binnen de belastingdienst was opgericht om de jacht op zwart geld te sublimeren.

Episch drama

De strafzaak tegen de drie mannen blijkt echter gebouwd op juridisch drijfzand en gaat als een nachtkaars uit. Hun vrijspraak neemt echter niet weg dat zij geslachtofferd zijn in een episch drama. Geregisseerd door Sars-baas Tom Moyane, vertrouweling van de corrupte president Jacob Zuma, en de Sunday Times, de ‘krant van het volk’.

Tom Moyane wordt ten tijde van de strijd tegen de apartheid door Jacob Zuma ingelijfd bij het ANC. In hun ballingsoord Mozambique groeit hij uit tot huisvriend van de familie Zuma, maar is binnen de bevrijdingsbeweging bepaald geen hoogvlieger.

Tijdens Zuma’s presidentschap schopt Moyane het tot vorstelijk betaalde baas van het staatsgevangeniswezen. Hij wordt daar in september 2013 met vervroegd pensioen gestuurd.

Twee maanden eerder moet de dan zittende topman van de belastingdienst opstappen. Hij blijkt te hebben gelogen over zijn contacten met een drugsdealer die hem trachtte af te persen. De vrijgevallen topfunctie biedt Zuma een gouden kans om de zaken binnen Sars naar zijn hand te zetten.

Machtsgreep in voorbereiding

De president is dan al geruime tijd in gesprek met een dubieuze managementconsultant die hem grootse ideeën voorschotelt over een algehele reorganisatie van de staatsdiensten. Dit krijgt vorm in een transformatieplan voor de belastingdienst, dat geheel buiten Sars om en zonder enige kennis van de organisatie in elkaar wordt gestoken. Moyane wordt daar vanaf oktober 2013 bijgehaald. Hij is dan net weg bij het gevangeniswezen.

Dit verloop der dingen staat in het rapport van een commissie, vernoemd naar oud-rechter Robert Nugent. Die deed in 2018 een gezaghebbend onderzoek naar de toestand bij de belastingdienst. Het beeld is ontluisterend.

Na de herverkiezing van Zuma tot president in mei 2014 komt het spel op de wagen. Moyane wordt eind september dat jaar benoemd tot Sars-topman. Twee weken later (!) onthult de Sunday Times het bestaan van een ‘schurkeneenheid‘. Dit baart opzien in heel Zuid-Afrika.

Bordeel

Het is nogal wat: hoogwaardigheidsbekleders afluisteren zoals in huis bij president Zuma, een bordeel runnen om belastingontduikers in de val te lokken, 500 miljoen Rand (25 miljoen euro) wegsluizen voor spionage-apparatuur, uitvoeren van infiltraties en illegale transacties. Kortom een duister gezelschap dat de rechtsorde in Zuid-Afrika ongecontroleerd met voeten treedt.

De onthulling valt samen met een onderzoek naar de handel en wandel van Johann van Loggerenberg. Als hoofd speciale operaties binnen Sars heeft hij de schurkeneenheid onder zijn hoede na het vertrek van Janse van Rensburg.

Van Loggerenberg (JvL voor intimi) ligt in 2014 onder het vergrootglas wegens een amoureuze affaire met dubbelspionne Belinda Walter. Zijn minnares hangt deze liaison aan de grote klok, vergezeld van de zware beschuldiging dat JvL staatsgeheimen aan haar had prijsgegeven. De waarnemend Sars-baas van dat moment, Ivan Pillay, laat dit onderzoeken maar krijgt geen helderheid.

De Sunday Times had de buitenwereld al eerder laten meegenieten van deze pikante affaire. Schier onuitputtelijk is de stroom sensationele Sars-artikelen in deze populaire zondagskrant.

De onthulling van de Sunday Times over de schurkeneenheid komt Moyane goed uit. Hij ontbindt per omgaande het hele managementteam van Sars, waaruit volgens hem was gelekt naar de krant. Ook de jacht op belastingfraudeurs en witwassende criminelen wordt per decreet gestaakt.

De nieuwe Sarsbaas schakelt meteen het gerenommeerde accountantskantoor KPMG in voor een forensisch onderzoek naar het gedrag van Pillay, Van Loggerenberg en enkele andere topfunctionarissen bij Sars. Over een periode van 11 jaar worden maar liefst 23 computers, 1.36 miljoen documenten en 860.00 emails doorzocht.

‘Dit heeft geen ander doel dan deze mensen die al weg zijn bij Sars, in diskrediet te brengen’, concludeert rechter Nugent.

Grote schoonmaak

Pillay en Van Loggerenberg worden na de nodige strubbelingen aan de kant geschoven. Moyane houdt grote schoonmaak onder het topkader van de belastingdienst. Zo’n 200 leidinggevenden en vitale deskundigen jaagt hij de tent uit.

Onder hen Barry Hore , een van ‘s lands grootste experts in informatietechnologie. Hore is het brein achter de spectaculaire automatisering en modernisering die Sars tot een belastingdienst van wereldformaat maakt. Als hoofd operaties bij Nedbank – een van oorsprong Nederlandse bank in Zuid-Afrika – met 10.000 mensen onder zich, stapte hij in 2005 voor een aanzienlijk lager salaris over naar Sars omdat hij zijn carrière een andere wending wilde geven.

Als Moyane buiten Hore om het moderniseringsproces een halt toe roept, maakt deze sleutelfiguur zich rap uit de voeten.

Een ravage

Op deze manier raakt Sars binnen de kortste keren vleugellam, waardoor de staat belastinginkomsten gaat missen. Die lopen toch al terug door de economische crisis in het land. Het is een ravage. ‘Een organisatie van wereldklasse is beroofd van zijn internationale status’, constateert Nugent.

Desastreus voor het publieke aanzien van Sars is de berichtgeving in de Sunday Times over het tot dan toe geheime KPMG-onderzoek. De krant pakt 4 oktober 2015 groots uit met harde conclusies daarin over de onwettige status en praktijken van de schurkeneenheid. Het hoofdredactioneel commentaar onderstreept dat het bestaan van deze onwettige eenheid die in het diepste geheim belastingbetalers bespioneert, nu definitief is aangetoond.

Ook ANC-kopstuk Pravin Gordhan wordt op de korrel genomen. Diepgaand onderzoek is nodig om vast te stellen wat hij wist van deze praktijken, zo citeert de krant uit het KGPM-rapport.

De architect

Gordhan was de architect van de nieuwe belastingdienst die wordt gevormd nadat het ANC in 1994 aan de macht komt in Zuid-Afrika. Later wordt hij een gezaghebbend minister van financiën onder president Zuma. In deze functie is hij politiek verantwoordelijk voor Sars. Daarmee is continuïteit verzekerd.

Als Zuma in 2014 wordt herkozen, dankt hij Gordan af. Dat maakt onder meer de weg vrij om Moyane te benoemen bij Sars.

Een jaar later, als het kwaad bij de belastingdienst is geschied, haalt de president Gordhan weer terug als schatkistbewaarder.

Een noodgreep omdat Zuma zijn hand had overspeeld door een onbekende parlementariër te parachuteren als minister van financiën. Die moet veel geld gaan uitgeven aan kostbare beloftes van de president, zoals gratis onderwijs voor iedereen. De onrust in het land slaat toe. De Rand, de Zuidafrikaanse munt, maakt een vrije val.

Dat dwingt Zuma om zich al na vier dagen weer te ontdoen van zijn stroman. Met Gordhan terug aan het roer keert de rust op de financiële markten weer terug.

Smet op reputatie

Hij is niet alleen een man van aanzien, maar geldt tegelijk als onkreukbaar. Het bewuste KPMG-artikel in de Sunday Times is een smet op zijn reputatie. Gordhan gaat dan ook in de tegenaanval. Tegelijk met Pillay en Van Loggerenberg stapt hij naar de ombudsman voor de pers. Die concludeert dat de Sunday Times de drie mannen onnodig heeft beschadigd en zich daarvoor op de voorpagina moet excuseren.

De ombudsman rekent het de krant zwaar aan dat zij slechts beschikte over de samenvatting van een voorlopig KPMG-rapport waarvan de inhoud niet vast stond, maar de feiten hierin als definitief presenteerde.

En hij gaat nog een stap verder. Sterverslaggever Piet Rampedi die het bewuste rapport onderhands kreeg toegespeeld, is ‘ofwel misleid door zijn bron of heeft zelf opzettelijk het publiek, zijn krant en ook mij misleid’, oordeelt de ombudsman. Hij laat het aan de krant om deze kwestie verder af te handelen.

Excuses Sunday Times

De Sunday Times is verbolgen over deze harde veroordeling en tekent beroep aan. Tot een rechterlijke uitspraak komt het niet. Hangende het beroep, sluit de krant binnenskamers een akkoord met Gordhan, Pillay en Van Loggerenberg. De Sunday Times publiceert ruiterlijke excuses en voorkomt daarmee schadeclaims.

Rampedi noemt deze deal onethisch en voelt zich door de hoofdredactie in de steek gelaten, zo blijkt uit zijn ontslagbrief. Duidelijk in zijn relaas wordt dat vooral Gordhan via zijn advocaten de Sunday Times de duimschroeven had aangedraaid.

Rampedi schreef de opzienbarende artikelen over de schurkeneenheid samen met twee andere vooraanstaande journalisten. Zij behoren tot de prestigieuze onderzoeksredactie van de Sunday Times.

Ook dit tweetal is inmiddels weg bij de krant vanwege een andere dubieuze publicatie. ,,Het was een chaotische tijd. We stonden onder druk om primeurs te scoren. We hadden meer afstand moeten nemen”, verontschuldigt een van hen zich later publiekelijk tegenover een voormalige leidinggevende bij Sars. Die was zijn baan en aanzien kwijtgeraakt en roept de journalist daarvoor tijdens een boekpresentatie ter verantwoording.

KPMG zakt door het ijs

Ook KPMG zakt door het ijs. Onderzoek en bevindingen zijn niet, zoals het hoort, intern tegen het licht gehouden (gereviewd). Het rapport, dat wil zeggen de eindversie die bij Sars-baas Moyane is afgeleverd, wordt ingetrokken. Wat daar in staat is nimmer geopenbaard. De 24 miljoen Rand (1,2 miljoen euro) die dit onderzoek heeft gekost, krijgt de belastingdienst van KPMG terug. De projectleider is ontslagen.

De KPMG-bazen in Nederland zetten meteen ook het voltallige Zuid-Afrikaanse topmanagement aan de kant. Dat de firma tezelfdertijd als huisaccountant optrad van de beruchte Gupta-broers, was teveel van het slechte. Deze Indiase ondernemers wisten via hun banden met president Zuma en diens familie, greep te krijgen op allerlei staatsinstellingen en zichzelf daardoor te verrijken.

En de Gupta’s waren bepaald niet de enige profiteurs. De uitverkoop van de overheid gebeurt in die dagen zo systematisch dat wordt gesproken van staatskaping.

Hoe deze staatskaping in elkaar steekt wordt al geruime tijd tot de bodem uitgezocht door een speciale onderzoekscommissie, in opdracht van president Ramaphosa. Een dusdanig grote klus, dat haar rapport vermoedelijk pas in het voorjaar van 2021 zal verschijnen. Deze commissie buigt zich daarbij ook over de perikelen bij Sars.

Met zijn diepe knieval probeert KPMG in Zuid-Afrika het vege lijf te redden. Speciale woorden van verontschuldiging zijn er voor minister Gordhan. Suggesties in het rapport dat hij als Sars-baas wist van onwettige schurkenstreken blijken uit de lucht gegrepen.

De Haviken

De aanbeveling die KPMG had gedaan voor nader onderzoek naar Gordhan’s betrokkenheid bij de schurkeneenheid pakt niettemin heel vervelend voor hem uit. De minister krijgt de Haviken op zijn dak. De elitespeurders van de nationale politie sommeren hem publiekelijk antwoord te geven op 27 indringende vragen over zijn Sars-verleden.

De verontwaardigde minister zet in zijn reactie helder uiteen dat de belastingdienst zware wettelijke bevoegdheden heeft om fiscaal onderzoek te doen, ook als daar georganiseerde misdaad in het spel is. De speciale eenheid die daarvoor destijds onder zijn leiding werd opgericht moet door kunnen dringen in criminele organisaties.

De bedoeling was om dat samen te doen met de nationale inlichtingendienst maar die haakte af. Dus opereerde de eenheid met ‘een passend mandaat’ binnen de onderzoeksdivisie van Sars. De Haviken hebben dan ook geen reden om mij te onderzoeken, besluit de minister.

Minister aangeklaagd

Daar denkt de openbare aanklager geheel anders over. Een half jaar later stelt hij Gordhan in staat van beschuldiging wegens fraude met belastinggeld. Als Sarsbaas stuurde hij zijn rechterhand, Ivan Pillay, met vervroegd pensioen en huurde hem vervolgens weer in als consultant. Vragen hierover van de Haviken, heeft Gordhan genegeerd.

Wéér steekt een storm op. De Rand keldert. De oude garde binnen het ANC schaart zich publiekelijk achter Gordhan. Ook president Zuma spreekt zijn steun uit in de minister van financiën. Een rechtszaak tegen Gordhan brengt het broze economisch herstel in gevaar. De minister zelf spreekt van een politiek gemotiveerde campagne tegen zijn persoon.

De storm is weer net zo snel voorbij als hij opstak. Justitiebaas Shaun Abrahams, trekt de beschuldiging schielijk in. De regeling met Pillay blijkt geheel volgens de regels tot stand gekomen. De rechtszaak tegen Gordhan (en Pillay) wordt kort voor aanvang afgeblazen. De Rand krabbelt weer op. De economie niet.

Zuma ontslagen

De dagen van president Zuma zijn geteld. Vier maanden later, februari 2018, dwingt de ANC-top hem tot aftreden. De staatskaping die onder Zuma aan de gang is, brengt Zuid-Afrika te veel schade toe. Vice-president Cyril Ramaphosa neemt het roer over. Hij belooft de natie schoon schip te maken.

Bij de belastingdienst laat de nieuwe president er geen gras over groeien. Topman Tom Moyane wordt direct geschorst, in afwachting van nader onderzoek naar de wantoestanden bij Sars. Daarvoor benoemt hij de Nugent-commissie, al eerder genoemd in dit verhaal. Die adviseert na drie maanden onderzoek om Moyane uit zijn functie te zetten.

Het besluit hiertoe van Ramaphosa vecht Moyane tevergeefs aan bij het hooggerechtshof in Pretoria. Op 11 december 2018 valt voor hem het doek.

Zijn opvolger Edward Kieswetter moet de belastingdienst uit het slop halen. Een gerespecteerd wetenschapper en bovendien goed bekend bij Sars waar hij in de glorietijd al eens vijf jaar als tweede man aan de top stond. ‘Komt u naar ons toe, anders komen wij naar u toe’, raadt hij belastingplichtigen aan. Dit motto lijkt op dat van de oude Sars.

Ondertussen moeten Pillay, Van Loggerenberg en Janse van Rensburg in april 2018 nog wél voor de rechter verschijnen. De openbare aanklager beschuldigt hen ervan justitie en de nationale recherche te hebben bespioneerd. Op zoek naar informatie in een geruchtmakende zaak tegen een voormalige chef van de nationale politie, werden camera’s geplaatst in de kantoren van deze diensten, zo luidt de aanklacht tegen hen.

Machtsmisbruik

Ook deze zaak komt in een ander vaarwater als justitiebaas Shaun Abrahams later dat jaar het veld moet ruimen. Het constitutionele hof, de hoogste rechter, haalt alsnog een streep door zijn benoeming. Zuma had de weg voor Abrahams vrijgemaakt door zijn voorganger met een gouden handdruk weg te kopen. De president handelde hiermee onwettig en pleegde machtsmisbruik, oordeelt het hof.

Abrahams wordt opgevolgd door de onberispelijke juriste Shamila Batohi. De Zuid-Afrikaanse komt van het internationaal strafhof in Den Haag. Batohi moet het vermolmde justitiële apparaat weer optuigen voor de zware strijd tegen corruptie.

Weldenkend Zuid-Afrika kijkt reikhalzend uit naar het moment waarop vooraanstaande politici en zakenlieden die druipen van de corruptie het gevang in gaan. Zover is het nog lang niet.

Wél laat Batohi de strafzaak tegen de drie voormalige Sars-employées binnen Justitie grondig tegen het licht houden. Zij krijgt het advies om de strijd te staken. Want: er zijn ‘geen redelijke vooruitzichten op een succesvolle vervolging’. Batohi sluit het boek. Vrijspraak volgt.

Dat is de stand van zaken op 17 februari van dit jaar waarmee dit verhaal begon. De commerciële zender etv besteedt ‘s avonds in het acht uur-journaal als enige tv-omroep aandacht aan deze vrijspraak. ,,Dit is heel goed nieuws. Voor Pillay en zijn mede beschuldigen die veel te lang het doelwit zijn geweest van boosaardige leugens. En ook voor de toekomst van de rechtsstaat”, becommentarieert rechter Johann Kriegler.

Rotte appels

Deze voormalige opperrechter laat al jaren als waakhond van de rechtsstaat luidruchtig van zich horen. Hoogste tijd nu volgens Kriegler dat binnen het Justitie-apparaat ‘de rotte appels die verantwoordelijk zijn voor de valse beschuldigingen in deze zaak, worden opgespoord en verwijderd’.

Een week later brengt de Afrikaanstalige zondagskrant Rapport een paginagroot interview met hoofdrolspeler Johann van Loggerenberg. ‘Ek wens my pa kon dit hoor’, staat boven het verhaal. Vader Hennie van Loggerenberg, oud-presentator op radio en tv en gevierd componist van boerenmuziek, overleed na een lang ziekbed in 2014. Zijn zoon verkeerde toen in diepe problemen.

Het interview toont een strijdbare man die popelt om terug te slaan naar de mensen die zijn leven en dat van zijn ontslagen collega’s bij de belastingdienst hebben verknald. Al geeft hij ook toe ‘dom’ te hebben gehandeld in zijn liefdesrelatie met spionne Barbara Walter. Maar bovenal moet nu de waarheid over de ondermijning van Sars boven tafel komen.

Zijn vijanden zijn gewaarschuwd. Van Loggerenberg is een jager die zich tot de tanden bewapend in zijn sprooi vastbijt. Dat blijkt ook overtuigend uit drie spannende boeken die hij schreef over zijn strijd bij de belastingdienst tegen fraude en witwassen door de georganiseerde criminaliteit.

Dood en belastingen

In zijn laatste boek Death and Taxes (‘niets in het leven is zeker, behalve dood en belastingen’) verhaalt Van Loggerenberg hoe hij Jacob Zuma achter de broek zat voor belastingontduiking. Niet door bij hem in te breken en hem af te luisteren zoals de Sunday Times berichtte, maar door diens boekhouding, aangeleverd op bevel van de rechter, door een team Sars-experts binnenste buiten te laten keren.

Met als eindresultaat dat Zuma alsnog belasting betaalt, plus een symbolische boete als schuldbetekenis.

‘We hebben hem net zo behandeld als iedere andere belastingbetaler’, schrijft Van Loggerenberg. In een beëdigde verklaring voor de rechtbank, bijgevoegd in het boek, geeft Zuma zelf in juridische termen aan dat Sars hem een stevige poot heeft uitgedraaid en dat hij daarbij niet is gematst.

Dit speelt in de tijd dat Zuma bezig is de macht te grijpen binnen het ANC, op weg naar het presidenschap van Zuid-Afrika. Met de daarvoor doorslaggevende hulp van stokebrand Julius Malema, toen president van de ANC-jeugdliga.

Malema beschuldigt Sars er luidkeels van anti-Zuma te zijn en het ook te hebben voorzien op diens vriendenkring. Hij wappert met dossiers waaruit dat zou blijken.

Gevecht met Julius Malema

Ook Malema zelf krijgt het aan de stok met Van Loggerenberg en zijn eenheid. De schrijver wijdt er een boeiend hoofdstuk aan. ‘JuJu’, zoals zijn bijnaam luidt, leeft op grote voet. Woont in een duur huis. Draagt peperdure horloges. Weinigen begrijpen waar hij deze luxe van betaalt.

De belastingdienst doet onderzoek en stuit op belastingontduiking via een familiekartel. Hij wordt aangeslagen voor 20 miljoen Rand (een miljoen euro). Malema weigert te betalen.

Van Loggerenberg zit er bovenop. Het wordt een taai en langdurig gevecht. Malema slaat wild om zich heen. Sars legt beslag op zijn huis en boerderij en laat ze veilen. Dat levert niet genoeg op om JuJu’s belastingschuld te vereffenen. Van Loggerenberg ontmoet hem één keer tijdens dit gevecht. ,,Hij is zo scherp als een scheermes, maar ook opvallend charmant”, schetst hij.

Malema ligt op dat moment onder een politiek vergrootglas. Hij heeft gebroken met Zuma, is uit het ANC gezet en net met een eigen partij, de Economische Vrijheidsstrijders (EFF) , in het parlement gekozen.

Nu dreigt de belastingdienst hem failliet te laten verklaren. Dan moet JuJu zijn parlementszetel opgeven. Een hachelijke toestand breekt aan. Onder grote druk komt er een akkoord met Malema.

Laatste kunstje

Het is Van Loggerenbergs laatste kunstje bij Sars. De nieuwe baas Tom Moyane blaast op eigen houtje de deal af en vraagt het faillissement van Malema aan. Het is een opzichtige poging om president Zuma van een politieke plaaggeest te verlossen. Malema stapt naar de rechter met de eis dat Sars de overeenkomst met hem nakomt.

Hij wil Van Loggerenberg, inmiddels weg bij de belastingdienst, daarbij als consultant inschakelen. Het honorarium is vorstelijk, maar Van Loggerenberg weigert.

JvL is daarmee nog niet van Malema af. De EFF-leider vindt dat de nieuwe Justitiebaas Batohi de verantwoordelijken voor de schurkeneenheid niet had mogen laten lopen. Hij wil haar besluit aanvechten. ,,De boosdoeners van Sars moeten zich verantwoorden voor een onafhankelijke rechter. Geen zetbaas van Pravin Gordhan,” sneert hij.

In deplorabele staat

Gordhan heeft echter niets te maken met Batohi. Die is na een inzichtelijke selectieprocedure met meerdere kandidaten door president Ramaphosa uitverkoren. Gordhan is inmiddels minister van staatsondernemingen, die vrijwel allemaal door wanbeheer in deplorabele staat verkeren.

Ingrijpen is onontkoombaar. Banenverlies en privatisering liggen in het verschiet. South African Airlines is de eerste die sneuvelt. De nationale luchtvaartmaatschappij wordt geliquideerd en vervangen door een nieuw luchtvaartbedrijf. De coronacrisis gaf de laatste zet.

De economische neergang is een voedingsbodem voor Malema om zich te profileren als voorvechter voor radicale verandering. Steeds meer zwarte Zuid-Afrikanen die nog steeds in armoede verkeren en zich door het ANC in de steek gelaten voelen, zien in hem de verlosser.

De EFF werd bij de laatste verkiezingen de derde partij van het land. Dat succes voedt de ambitie van Malema om president van Zuid-Afrika te worden.

Hij profileert zich als de strijder die de economische macht van de blanken definitief gaat breken. Zoals Robert Mugabe dat deed in buurland Zimbabwe en het voormalige Rhodesië daarmee naar de afgrond leidde.

In Malema’s campagne tegen ‘de racistische financiële sector’, is Pravin Gordhan het mikpunt. Om de haverklap eist hij het vertrek van de man op wiens kompas de financiële wereld in Zuid-Afrika vaart.

Hetze naar kookpunt

Deze hetze bereikte laatst een kookpunt in het parlement. ‘Opperbevelhebber’ Malema en zijn rode brigade maken president Ramaphosa het uitspreken van de jaarlijkse staatsrede onmogelijk, onophoudelijk ‘Pravin moet weg’, scanderend.

Gordhan blijft tijdens deze wanvertoning uiterlijk onbewogen. Na een uur chaos voor het oog van de natie verlaten de oproerkraaiers het parlement.

Door het Sars-schandaal in leven te houden, kan Malema het vuurtje tegen de ANC-minister blijven opstoken. Als hij doorzet en de rechter aan zijn kant weet te krijgen, komt er een nieuw onderzoek. ,,Laat hij dit alsjeblieft doen”, zegt Van Loggerenberg in het interview met Rapport.

Hij wil elke gelegenheid aangrijpen om boven tafel te krijgen hoe al die verhalen over de schurkeneenheid de wereld in zijn geholpen. ‘Al die tijd hebben anderen van alles geroepen en heb ik gewacht. Nu is het mijn beurt’, hoopt hij.

De dokter voor het Volk moest de strijd vroegtijdig staken

Hij was dokter voor het Volk. Met een hoofdletter. In de Antwerpse volkswijk Deurne. Dirk van Duppen, overleden op 30 maart 2020. Hij werd slechts 63 jaar. Een bijzonder mens met een bijzonder leven.

Als beginnend arts werkt Van Duppen in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Oorlogsgebied, door de bloedbaden die het Israëlische leger en de Amal-militie daar aanrichten. Een harde leerschool.

Later wordt hij beroemd in België door zijn strijd tegen het ‘farmabanditisme’: de farmaceutische industrie die met prijsopdrijving van medicijnen de gezondheidszorg onbetaalbaar maakt. Van Duppen schrijft er in 2004 een geruchtmakend boek over: ‘De cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn’. Thans gratis te downloaden op de site van uitgeverij Epo. Leerzame kost. Nog steeds.

Kort voor zijn dood kijkt hij terug op zijn leven in het bijzondere boekje: ‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’. Verklaart daarin zijn werkwijze als dokter voor het Volk.

‘Kom je binnen met rugpijn, dan is onze eerste vraag niet: welke medicijnen heb je nodig?, maar: waar komt die rugpijn vandaan. Van je werk, je matras, je zwakke rug, of een combinatie van de drie?’ Want, legt van Duppen uit, ziekte en gezondheid hebben voor een groot stuk te maken met levensomstandigheden.

Dat blijkt in de stadswijk Deurne, waar de dokters voor het Volk zich zorgen maken over hun jongste patiënten. Maar liefst zes op de tien kleuters hebben astma. Dat is ongewoon veel. Hoe komt dat? In zijn zoektocht naar de oorzaak stuit Van Duppen op luchtvervuiling door de beruchte ring van Antwerpen. Dit overbelaste verkeersriool snijdt dwars door de volksbuurten van Deurne.

Verder onheil dient zich aan. Een monsterlijke brug dreigt een spoor van verwoesting door Deurne te gaan trekken. Deze Lange Wapper moet het verbindende sluitstuk van de ring worden.

Dat nooit!

Van Duppen ontketent een brede volksactie tegen dit onzalige plan van de Vlaamse regering. En met succes. Vijftigduizend ingezamelde handtekeningen dwingen een referendum af waarin het volk De Lange Wapper wegstemt.

Jaren van gehakketak volgen nog. Uiteindelijk komt er een nieuw plan om delen van de ring te overkappen en het vrachtverkeer om te leiden. Meer dan een miljard euro ligt hiervoor op de plank. ‘Een klinkklare overwinning voor de actiegroepen. En een serieuze vooruitgang voor mobiliteit en leefbaarheid’, vindt hij. Mits de regering zich aan haar beloftes houdt. Van Duppen is er nog niet gerust op: ‘het blijft een strijd’.

De afloop hiervan maakt de dokter voor het Volk niet meer mee. Kanker aan de alvleesklier (pancreas) wordt hem fataal. Waar krijg je dat van? De mogelijke oorzaken bespreekt hij met de behandelend oncoloog: roken, drinken, overgewicht, vatbaarheid in de familie. Niet op hem van toepassing. Dan zegt de specialist: luchtvervuiling. Het kwartje valt.

,,Ik ben het levende bewijs dat er een verband is tussen luchtvervuiling en pancreaskanker”, verklaart Van Duppen later op de Belgische radio. ,,Maar voor een wetenschappelijk onderbouwde conclusie kun je niet op mijn individuele verhaal afgaan. Daarvoor is meer onderzoek nodig naar oorzakelijke verbanden, aan de hand van cijfers en data. Daar is pas de laatste jaren mee begonnen.”

Verontwaardigd stelt hij in het radio-interview vast dat aan de behandeling van pancreaskanker ‘de laatste 25 jaar niets is geëvolueerd’. ,,Uitzonderlijk in de geneeskunde. De farma-industrie heeft geen interesse. Te complex, te weinig patiënten en dus brengt het te weinig op.”

Bijna had Van Duppen ‘deze maffia’ op de knieën. Op zijn voorstel zou België overstappen op het kiwimodel. Het systeem in Nieuw-Zeeland van openbare aanstedingen waarbij alleen wordt betaald voor de beste geneesmiddelen. ‘Dat maakt de medicijnen in het land van de kiwi 90 procent goedkoper dan bij ons.’

Van Duppen stevent af op een meerderheid in het parlement. Maar op het laatste moment bundelt de farmalobby haar tegenkrachten. ‘De kiwi vervelt tot kiwi-light’. Toch is er winst geboekt. Hij ziet de prijzen van medicijnen dalen. ‘Het farmabanditisme zit sindsdien in het defensief’.

Dirk van Duppen sluit in dit boekje zijn veelbewogen leven als dokter voor het Volk en strijder tegen onrecht, hoopvol af. ‘Ik zie de wereld kantelen, ik geloof dat het goed komt.’

Zou het werkelijk? Van Duppen overleed tijdens de corona-pandemie. Als dokter voor het Volk had hij nu alle zeilen moeten bijzetten om levens te redden.

Deze wereldwijde gezondheidscrisis biedt tegelijk uitstekende kansen op veranderingen ten goede voor aarde en mensheid. Maar de tegenkrachten zijn groot.

Dirk van Duppen moet in dit taaie gevecht helaas worden gemist.

Onprettige gedachten over de toestand van Oost-Brabant

Meer dan 2000 doden door een nieuwe uitbraak van het ebolavirus. Vorig jaar, in Congo. Meer dan 6000 mensen gestorven aan de mazelen. In Congo, ook vorig jaar. Meer dan 8000 doden in één land in één jaar.

Wat zijn de menselijke tragedies achter deze onthutsende cijfers?

We weten het niet of nauwelijks. De hele wereld, Nederland, Brabant heeft genoeg ellende aan het hoofd. Maar ook al was er geen coronavirus, dan wisten we het nog niet. Congo, Afrika, ver weg, andere cultuur. En corona is heel dichtbij. Zo werkt het.

Ook Afrika wordt inmiddels getroffen door corona. Wie dat enigszins wil volgen moet naar BBC World News kijken, niet naar de nieuwsuitzendingen in Nederland.

Een lezer van Brabants Dagblad vroeg zich deze week af waarom het coronavirus niet wordt vergeleken met de Q-koorts die in Brabant heeft huisgehouden. Duizenden mensen in de buurt van geitenhouderijen zijn sinds 2007 besmet met deze mysterieuze bacterie die door melkgeiten en ook melkschapen wordt verspreid. Zeker 95 zieken vonden de dood.

Nog steeds waart de Q-koorts rond. Het RIVM registreerde dit jaar drie gevallen tot zover. Elk jaar komen er rond 20 meldingen bij. Geiten worden inmiddels verplicht ingeënt. Een antibioticum voor mensen is er nog steeds niet, hoewel er volgens het RIVM een kansrijk middel bestaat. Mensen met een zwakke gezondheid die in de buurt van geitenbedrijven wonen, kunnen dus niet afdoende tegen Q-koorts beschermd worden.

Dat de Q-koorts geen pandemie werd, kwam omdat deze bacterie niet van mens op mens kan worden overgedragen. Omdat het coronavirus dit wel doet en zich bovendien razendsnel verspreidt is de impact vele malen groter.

Frappant is echter dat Oost-Brabantse dorpen als Boekel, Keldonk, Erp, Boerdonk en Handel waar de Q-koorts destijds hard toesloeg, nu ook het zwaarst getroffen zijn door het coronavirus.

‘Die regio, waar mijn wortels liggen, kleurt al weken vuurrood op alle kaartjes van het RIVM’, constateert Trouw-journalist John Graat. Hij maakte een fietstocht door deze ‘brandhaard van Brabant’ en schreef daar in zijn krant een prachtige reportage over.

Graat’s hele familie woont nog in deze streek. ‘Erp was een van de hofleveranciers van Bernhoven, het ziekenhuis hier vlakbij dat al een paar weken overloopt.’ Zijn zus vertelt hem dat er in de naaste omgeving van de plaatselijke mengvoederfabriek, waar zij zelf werkt, heel veel mensen ziek zijn geworden.

Ook de oude baas van de fabriek werd besmet. ‘Hij kwam erdoorheen, veel andere inwoners van Erp niet.’ Graat vreesde ook voor het leven van zijn zieke moeder, maar zij heeft het gered. ‘Mijn moeder gaat niet dood. Natuurlijk niet’, bezweert hij.

De verslaggever fietste door het epicentrum van de intensieve veehouderij. Nergens in Nederland en zelf niet in West-Europa staan zoveel varkens- en kippenbedrijven op elkaar gepakt. Een deken van ammoniak en fijnstof hangt over deze regio die zich in lengte uitstrekt van de gemeenten Bernheze tot en met Someren. En dat is niet bevorderlijk voor de gezondheid.

Wie daar leeft en woont te midden van al dat vee, loopt een opvallend risico op longontsteking. Dat is gebleken uit vrij recent bevolkingsonderzoek. Waar dit nu precies door komt, is wetenschappelijk nog niet helder. Daarvoor is meer onderzoek nodig, zo klinkt het uit de medische hoek. Want pas als we de precieze oorzaak weten, zijn er gerichte maatregelen mogelijk, zo klinkt het.

Een bekend geluid dat vooral gemeenten achterover doet leunen. Verlamd door angst voor rechtszaken en schadeclaims vanuit de bio-industrie. Al jaren staat buiten kijf dat de veehouderij in Oost-Brabant moet worden teruggedrongen om woon- en leefklimaat te verbeteren. Het krachtige overheidsbeleid dat daarvoor nodig is komt alsmaar niet van de grond.

De provincie wilde veeboeren met vervuilende bedrijven weliswaar de duimschroeven aandraaien, maar die opschoning van het milieu wordt verder uitgehold nu VVD, CDA en Forum voor Democratie samen de dienst gaan uitmaken. Zodra de coronacrisis dat toelaat wordt links Brabant door deze rechts-populistische coalitie uit het provinciebestuur geknikkerd.

Wat blijft zijn de problemen. ‘Verstedelijking, de obscene hoeveelheid productiedieren en ruim één miljard reisbewegingen per jaar, zijn ideaal voor de verspreiding van virussen’, tekende schrijver Tommy Wieringa zeven jaar geleden in het Erasmus MC op uit de mond van moleculair viroloog Ron Fouchier.

Wieringa wilde van deze expert alles weten over virussen en verwerkte de verworven kennis in zijn novelle ‘Een mooie jonge vrouw’, het Boekenweekgeschenk van 2014. De schrijver haalt deze herinnering op in zijn NRC-column van afgelopen weekeinde, te midden van de coronacrisis.

Zal het leven na deze crisis nooit meer hetzelfde zijn?

Daarover wordt al driftig gefilosofeerd. Als corona is uitgewoed, we straks tegen dit virus zijn ingeënt en de economie weer op gang is, keren dan de welvaartsmechanismen terug?

Het wachten is ondertussen op de volgende uitbraak van een dierziekte. Volgens medische deskundigen is het niet of maar wanneer. Gaat die alleen het dier treffen en daarmee de veehouderij, zoals de varkenspest van 1997 in Brabant, of wordt opnieuw de mens het slachtoffer? Dat is niet te voorspellen.

Geen geruststellende gedachten. En al helemaal niet voor Oost-Brabant.

Het klimaat aan de Kaap: zon, wind en toch een energiecrisis

Hoe kan een mens leven en hoe kan een economie in deze tijd draaien zonder voldoende energie?

In het welvarende deel van de wereld gaat het daar totaal niet over, in weerwil van de klimaatdiscussie.

Maar in Zuid-Afrika is dit vraagstuk uiterst actueel en beklemmend. Want dit land verkeert al 14 jaar in een permanente energiecrisis en het eind hiervan is bepaald niet in zicht.

Aan de orde van de dag is ‘beurtkrag‘. Een systeem van gecontroleerde stroomuitval dat de staatsenergiemaatschappij Eskom in gang zet als zij de vraag naar energie niet meer aan kan. Een noodmaatregel om het overbelaste elektriciteitsnet aan de praat te houden. Ieder dorp of gehucht, iedere stadswijk, woning, boerderij en bedrijf waar ook te lande is bij toerbeurt de sigaar.

In periodes van twee-en-een-half uur ben je één of meerdere keren per etmaal stroomloos. Als alles goed gaat wordt dit onheil tijdig van te voren door Eskom aangekondigd. En nemen in ziekenhuizen, bedrijven, restaurants, supermarkten maar ook bij mensen thuis aggregaten en accu’s de stroomvoorziening over.

Wie het kan betalen redt zich, werkt door, kookt op tijd zijn potje en kijkt gewoon naar de cricketmatch of soapserie op tv. Maar vooral kleine ondernemers, arme mensen, forenzen en onwetenden moeten improviserend verder.

Dat is midden op de dag eenvoudiger dan bij stroomuitval tijdens de avondspits en met etenstijd. Dan kan er niet worden gekookt, vallen stoplichten uit op overvolle wegen en hebben misdadigers in het donker vrij spel.

Maar het kan allemaal veel erger. Vorig jaar gaven ineens zoveel krakende kolencentrales de geest dat Eskom door het hele land aan de noodrem moest trekken om te voorkomen dat het overbelaste elektriciteitsnet zichzelf zou opblazen. Woede en onbegrip alom.

President Ramaphosa verkondigde dat dit nooit meer mocht voorkomen. Eskom betaalt zich sindsdien blauw aan diesel voor twee enorme gasturbines die worden aangezet als het spaak loopt.

Toch klapte het begin 2020 opnieuw, toen Eskom bijna 40 procent van zijn totale vermogen kwijt was. Een absoluut dieptepunt in de energiecrisis.

Deze onthutsende incidenten onderstrepen een enorm structureel probleem. Eskom produceert te weinig stroom om de economie te laten groeien en daarmee de massawerkloosheid onder met name de zwarte bevolking het hoofd te bieden. Het bedrijf zelf verdient te weinig om het hoofd boven water te kunnen houden. En belast dientengevolge burgers jaar na jaar met excessieve tariefsverhogingen.

De onvrede over Eskom is dan ook maatschappelijk diep geworteld. ,,Wij betalen steeds meer om steeds minder te krijgen”, schetst een huiseigenaar de Zuid-Afrikaanse realiteit.

Hoe heeft het zover kunnen komen?

Aan het einde van de apartheid was Eskom nog een betrouwbaar bedrijf dat veel goedkope energie produceerde. Onder de nieuwe ANC-machthebbers ging het snel bergafwaarts.

Cruciaal was hun – later zelf toegegeven – foute beslissing in 1999 om als overheid niet te investeren in capaciteitsuitbreiding. Die was nodig geweest om energie te kunnen blijven leveren voor armoedebestrijding en aan de toen nog fors groeiende economie.

Pas in 2007 werd begonnen met de bouw van twee reusachtige kolencentrales in het noordoosten van Zuid-Afrika. Hoofdzakelijk door onkunde en corruptie draaien deze centrales nog steeds op een zeer laag pitje. Terwijl de bouwkosten astronomisch uit hand liepen is nog eens acht miljard rand (420 miljoen euro) nodig om ze alsnog in orde te krijgen.

Pas tegen 2030 zullen de twee kolencentrales in vol bedrijf zijn, voorspelt een voormalig bedrijfshoofd in dagblad Die Burger. Hij is net benoemd tot toezichthouder op de kernenergiedivisie van Eskom.

Het staatsbedrijf runt één kerncentrale, Koeberg aan de westkust noordelijk van Kaapstad. Die zal nog tot 2044 aan de praat worden gehouden, 20 jaar langer dan voorzien.

Een megalomaan plan voor een door Rusland te bouwen tweede grote kerncentrale verdween als onbetaalbaar uit beeld, tezamen met berichten over Russische steekpenningen aan de toenmalige president Zuma. Onder diens bewind tierde de corruptie zo welig dat de staat werd gekaapt door louche zakenlui.

Geavanceerde kennis over kernenergie die Eskom zelf nog in huis heeft, is te koop gezet. Het berooide bedrijf heeft geen geld meer voor verdere ontwikkeling. Wél heeft de regering nog een vaag plan voor twee kleine kerncentrales.

De energievoorziening van Zuid-Afrika draait in hoofdzaak nog steeds op 13 kolencentrales van vaak gevorderde leeftijd. Zij zijn zwaar overbelast, verwaarloosd in onderhoud, daardoor hoogst onbetrouwbaar en zeer milieuvervuilend.

Aanhoudende stroomuitval houdt investeerders weg uit Zuid-Afrika. Zij steken ook geen cent meer in Eskom dat onder Zuma’s bewind in hoog tempo werd uitgehold door mismanagement en corruptie die alle perken te buiten ging.

Het bedrijf zucht dientengevolge onder een schuldenlast van 450 miljard rand (23 miljard euro). Het heeft veel te veel mensen in dienst maar niettemin weinig deskundigheid in huis om de problemen het hoofd te bieden. Eskom leeft louter voort op staatskredieten die in een bodemloze put verdwijnen.

De situatie oogt inmiddels zo hopeloos dat er ook binnen het hevig verdeelde ANC steun ontstaat voor verandering die de eigen regering al in gang heeft gezet. Tandenknarsend aanvaardde deze eertijdse bevrijdingsbeweging van zwart Zuid-Afrika de blanke topondernemer André de Ruyter tot nieuwe Eskom-baas.

De Ruyter maakte meteen duidelijk dat hij voluit gaat voor groot achterstallig onderhoud aan de kolencentrales om de energievoorziening weer betrouwbaar te maken. Dat betekent nog zeker 18 maanden met regelmaat beurtkrag, waarschuwde De Ruyter, een Zuid-Afrikaan die ooit studeerde aan Nijenrode.

‘Ik ga de regering niet vragen om meer geld voor Eskom dan al was toegezegd en er komen geen gedwongen ontslagen’, zo belooft de topman meteen na zijn aantreden. Met deze laatste toezegging verwerft De Ruyter sympathie bij de vakbonden voor zijn aanpak en voorkomt hij arbeidsonrust en nóg meer maatschappelijk ongerief.

De grootste vakbond, Cosatu, gelieerd aan het ANC, lanceerde zelf het omstreden plan om de schuldenlast van Eskom fors te verlichten met een kapitaalinjectie van 250 miljard rand (bijna 14 miljard euro) uit het staatspensioenfonds. De regering vindt dat ook particuliere pensioenfondsen moeten gaan meebetalen.

Dit uiterst omstreden plan ontmoet veel weerstand maar ook instemming van bekende opinieleiders dit als de enige mogelijkheid zien om de schuld van Eskom weer behapbaar te maken zodat het de lichten in Zuid-Afrika aan kan houden.

Om te voorkomen dat ook pensioengeld verdwijnt in een bodemloze put, moet het bedrijf snel en grondig worden hervormd. Daar is de regering inmiddels mee begonnen. Eskom blijft niet langer de enige nationale energieleverancier. Mijnbouwbedrijven mogen hun eigen energie gaan opwekken. En Eskom krijgt meer vrijheid om duurzame stroom te kopen van particuliere producenten. Dat is goed voor klimaat en milieu en financieel gunstig voor het energiebedrijf dat peperdure kolenstook moet zien te reduceren.

Ook gemeenten die hun zaakjes financieel op orde hebben – dat zijn er in Zuid-Afrika maar weinig – mogen de vrije energiemarkt op. Kaapstad wil dat al lang, maar werd tot dusver tegengewerkt.

President Ramaphosa heeft de koerswijziging in zijn recente staatsrede aangekondigd. Gwede Mantashe, de minister van mijnbouw en energie, moet nu vooral de wurgende bureaucratie in energieland gaan opruimen om de liberalisering op gang te krijgen. Dat wordt een krachtproef voor deze ANC-voorzitter en adept van het staatskapitalisme. Hij heeft dan ook nog een andere pijl op zijn boog: de oprichting van een tweede staatsenergiebedrijf naast Eskom.

De hamvraag blijft of duurzame energie in dit van zon en wind vergeven land kan voorzien in het ernstige stroomtekort. Eskom heeft geen geld om daarin te investeren. Het heil moet van de private sector komen.

De resultaten zijn vooralsnog bescheiden. Met de vijf private wind- en vijf zonneprojecten die in 2014 door het ministerie van energie werden geselecteerd uit een inschrijving, schiet het niet erg op. De vijf zonneprojecten uit deze tender liggen volgens het weekblad Sunday Times nog steeds op het bureau van Mantashe. Wél heeft het Italiaanse energieconcern Enel inmiddels vijf windmolenparken in aanbouw.

Het nationale energieplan waar Mantashe eind 2019 zijn handtekening onder zette, laat zien dat in 2030 zo’n 30 procent van de Zuid-Afrikaanse energiehuishouding duurzaam zal zijn. Nu is dat 10 procent. De voorziene groei bestaat vrijwel uitsluitend uit wind- en zonne-energie.

Volgens dit plan is Zuid-Afrika in 2030 voor minder dan 60 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor zo’n resultaat zou het land zich bepaald niet hoeven te schamen.

Maar om de planning voor duurzame energie te halen, moet het tempo stevig omhoog. Een volgende staatsinschrijving voor nieuwe projecten staat op stapel.

Mogelijk vallen er nu ook barrières weg voor honderden boeren die al jaren in de rij staan om stroom te mogen verkopen aan Eskom en daarmee de financiering van zonnepanelen op hun boerderijen rond te kunnen krijgen.

Dat dit bepaald geen sinecure is, ervoer de druiven- en rozijnenkweker Tokka van den Hever in de droge Noord-Kaap. Hij besproeit zijn gewassen met water uit de Oranjerivier en dat kost hem een vermogen aan energie omdat zijn boerderij het hele jaar door baadt in de zon en al vijf jaar van regen verstoken blijft.

Om de stroomkosten van zijn beregeningsinstallaties te drukken, investeerde hij drie jaar geleden ruim 20 miljoen rand (1 miljoen euro) in een robuust zonnepanelenstelsel. Berekend was dat Van den Hever deze enorme investering binnen zes jaar zou terugverdienen, geholpen door belastingvoordeel.

Maar dat duurt allemaal wat langer door twee jaar gesoebat om zijn energie-overschot aan Eskom te mogen leveren. Nu alles goed werkt en de besparingen realiteit worden, is Van den Hever een tevreden mens, zo verklaart hij in Landbouweekblad.

Dit lijfblad van de Afrikaanse boer getuigt in een begeleidend artikel van een ontwikkeling ten goede voor boeren die de stap naar zonkracht willen zetten.

Eskom gedraagt zich onder leiding van De Ruyter meer en meer als een normale onderneming. Kostenbeheersing staat centraal. De oudste kolencentrales gaan dicht of worden verkocht aan bedrijven die ze met Chinese techniek willen vernieuwen en aan de praat houden. Gepoogd wordt om meer kolen per trein aan te voeren en daarmee de gigantische kosten van wegtransport te drukken. Kolen van ondermaatse kwaliteit die de centrales beschadigen worden geweerd, contracten met dubieuze leveranciers opgezegd.

Al deze maatregelen maken duidelijk hoe diep het energiebedrijf is weggezakt.

Ook draait Eskom de duimschroeven aan van de vele wanbetalers. Vooral bij gemeenten en andere overheidsbedrijven moeten grote bedragen worden binnengehaald. Dat gaat er bepaald niet zachtzinnig aan toe.

Toen het spoorbedrijf Prasa in Kaapstad een ultimatum aan zijn laars lapte, werd tijdens de ochtendspits de stroom uitgeschakeld en kwamen alle treinen in de metropool subiet tot stilstand. Zo’n 300.000 pendelaars moesten verder maar zien hoe zij op hun werk en weer thuis kwamen. Pas nadat Prasa had betaald, ging om half zes ‘s avonds de stroom er weer op.

Een krachtmeting van lange adem voltrekt zich tussen Eskom en Soweto. De bewoners van deze enorme township in Johannesburg weigeren al jaren massaal om te betalen. De opvatting heerst daar dat stroom gratis hoort te zijn. Niets lijkt te helpen. Wie wordt afgesloten, laat zich door een handige buur weer illegaal aansluiten.

Eskom schold Soweto eerder een vermogen aan onbetaalde rekeningen kwijt. Nieuwe baas De Ruyter begint daar niet meer aan. Hij houdt voet bij stuk: er móét betaald worden.

Of De Ruyter het aandurft als dwangmaatregel een heel stadsgebied van 1,3 miljoen mensen af te sluiten, staat te bezien. Uit vrees dat dit veel stemmen gaat kosten verbood de ANC-top dit paardenmiddel al eens. In andere halsstarrige gemeenten ging de stroom er inmiddels wél af en wordt er alsnog betaald.

Door de coronacrisis moet Eskom met dergelijk powerplay nu een pas op de plaats maken. Zuid-Afrika is voor drie weken op slot gegaan. De zwakke economie van het land ligt op apegapen. Daardoor verflauwt ook de vraag naar energie.

Beurtkrag zal tijdens de lockdown niet nodig zijn. Tenzij het virus ook toeslaat onder het personeel van Eskom en versleten centrales onderbezet raken. Dat is een recept voor ongelukken. De poppen zijn zo weer aan het dansen.

Ook een bescheiden mankement kan al grote gevolgen hebben. Zo zorgde één kapotte waterpomp in de Koeberg-kerncentrale laatst nog voor stroomuitval in heel het land. Zoiets zou altijd slecht uitkomen, maar in deze beroerde toestand wel héél slecht.

Terug naar Brabant met het coronavirus op de hielen

De leeuw van Kameroen is dood. Manu Dibango, 86 jaar oud. In Parijs bezweken aan het coronavirus. Droevig einde van een groot muzikant die met Soul Mokassa een wereldhit scoorde.

Jaren geleden heb ik Dibango aan het werk gezien op het jazzfestival van Kaapstad. Indrukwekkende gestalte, geweldige saxofonist die de barstensvolle congreshal met beukende Afrikaanse jazzfunk aan de kook brengt. Een onvergetelijk concert.

Dit jaar is het Kaapstad-jazzfestival voor het eerst in zijn geschiedenis afgeblazen. Het openbare leven in heel Zuid-Afrika ligt drie weken plat om catastrofale uitbreidingen van corona te voorkomen.

Het nieuws over Dibango horen wij in de auto, op weg naar het vliegveld van Kaapstad, in een poging nog net voor de lockdown naar Brabant terug te keren. Het is behoorlijk druk richting de Kaap. Opmerkelijk veel caravans op de weg. Mensen die naar huis terugkeren van hun vervroegde paasvakantie om drie weken ballingschap op de camping te vermijden.

Ook op de luchthaven is het opvallend druk. Van de hygiënische urgentie tegen de besmetting die de Zuid-Afrikaanse regering ons al een paar weken inwrijft, is in de vertrekhal niets te merken. Hier en daar lopen wat reizigers met twijfelachtige mondkapjes. Verder oogt het als altijd. Er zijn geen desinfecterende middelen voorhanden om reizigers te beschermen. Slechts op beeldschermen wordt de coronacrisis aangeduid. Het is armoe troef.

Wachtenden hopen zich in een lange rij op voor de balie van Lufthansa. Anderhalve meter afstand is hier geen optie. Voor ons grijpt een oosterbuur met blote vingers in een zak chips. Likt ze schoon en legt zijn handen weer op de trolley. Aangezien er nauwelijks beweging in de rij zit, wordt dit een veelvuldige herhaling van zetten. Geen wonder dat er zoveel Duitsers ziek zijn!

Reizigers uit allerlei windstreken moeten met deze avondvlucht naar Frankfurt mee. Dat ligt ingewikkeld, omdat Duitsland zijn grenzen voor buitenlanders heeft dichtgegooid.

Weliswaar gaan wij Nederlanders verder naar Amsterdam, maar de autoriteiten hier willen pertinent zeker weten dat wij de luchthaven van Frankfurt niet verlaten. ‘Anders kunt u niet mee, want u mag Duitsland niet in’, verduidelijkt de aardige baliemedewerkster nadat zij onze paspoorten grondig tegen het licht heeft gehouden.

Snel worden wij langs de douane geloodst om nog mee te kunnen met de tjokvolle Airbus, die al had moeten vertrekken. Honderden mensen zitten in dit toestel ruim elf uur op elkaars lip. Onzichtbare infectiebronnen waartegen in ieder geval de stewardessen zich deugdelijk hebben bewapend.

De aansluitende vlucht naar Amsterdam zit nog maar half vol. We verspreiden ons over het toestel. Schiphol is uitgestorven. De borden staan vol met geannuleerde vluchten. Van de weinige toestellen die nog opstijgen, is er zojuist één van KLM vertrokken naar Kaapstad. Benieuwd welke doorbijters en avonturiers daar nog aan boord zitten. Zij reizen van het ene doodse land naar het andere.

Onze afsluitende tocht naar Brabant voltrekt zich in lege treinen. Hier weinig kans op besmetting. Uitgestorven stations volgen elkaar op. Conducteurs zijn in geen velden of wegen te bekennen. Van hen wordt geenszins verwacht op zoek te gaan naar de enkele sterveling die zich nog zonder plaatsbewijs in de lege wagons zou wagen. Afstand houden tot reizigers om zelf niet te worden besmet is thans het parool bij de NS, zo begrijpen wij. Want in deze barre rijden moeten treinen blijven rijden, al zijn het er nog maar weinig.

Wandelend naar huis, wordt de onwerkelijke rust alleen doorbroken bij Action. Het parkeerterrein voor deze goedkoopwinkel staat vol als vanouds. Plukjes mensen verlaten bepakt het pand. Een bizarre gewaarwording.

Alles in hoogst besmet Brabant is erop gericht om contacten tussen mensen tot een minimum te beperken. Berichten van dienstverleners die het werk neerleggen vullen mijn mailbox. Tandartsen, fysiotherapeuten, noem ze maar op. Vrijwel iedereen zit en werkt thuis. Je wordt geacht alleen nog voor de eerste levensbehoeften (levensmiddelen en medicijnen) naar de winkel te gaan.

Er gelden samenscholingsverboden om mensen bij elkaar weg te houden en daarmee besmettingshaarden te isoleren. Restaurants zijn dicht, stranden ontvolkt. Dat de overheid onder deze uitzonderlijke omstandigheden niet bij machte zou zijn om ook een overbodige winkel als Action te sluiten, doet vreemd aan.

Eenmaal thuis ligt op mijn werktafel nog altijd die prachtige biografie uit 2006 over de Amerikaanse journalistieke legende I. F. ‘Izzy’ Stone, getiteld ‘All governments lie!’ Stone markeerde zichzelf met deze uitspraak als luis in de pels van het politieke establishment. Zijn wekelijkse nieuwsbrief was tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw een wereldwijd begrip.

Hoe zou Izzy Stone hebben geoordeeld over het overheidshandelen tijdens de coronacrisis? Om de geest te scherpen duik ik komende thuisblijfweken maar eens in die biografie.

Het klimaat aan de Kaap: hoe de boer vecht tegen de droogte

Eindelijk viel dan de zomerse regen op de verscheurde bodem. In de dorpskerk wordt de Heer hiervoor bedankt tijdens de zondagse eredienst. De droogte heeft Zuid-Afrika al jaren in haar greep. Maar nu is er verlichting en hoop op betere tijden.

Boeren konden weer zaaien, al kwam de regen voor sommigen te laat in het seizoen om nog witte maïs -‘witmielies’, hét volksvoedsel in deze republiek – te planten. Teveel risico dat het opgroeiende gewas gaat rotten door vroege vorst aan de grond, lezen wij in het Afrikaanstalige Landbouweekblad, al 100 jaar lijfblad van de blanke boerenstand.

Zo is er altijd wat te klagen. Een boer die niet klaagt is geen boer. Maar zeker de nazaten van de Nederlandstalige pioniers die zich in de negentiende eeuw als Voortrekkers in Zuid-Afrika vestigden, hebben recht van spreken.

Ten tijde van de apartheid was de boerenmacht onaantastbaar en fabelachtig productief. Maar sinds de blanke machtsoverdracht aan het ANC een kwart eeuw geleden gaat het bergafwaarts. Voorbij lijkt de tijd dat Zuid-Afrika louter witmielies in overvloed produceerde om de magen van vele armen met goedkope maïspap te kunnen vullen.

Schrijnend watergebrek treft zo’n beetje alle Zuidafrikaanse boeren. Epicentrum van de droogte is de Noord-Kaap, de verreweg grootste provincie van Zuid-Afrika (negen keer Nederland), die reikt tot de buurlanden Namibië en Botswana. Deze dunbevolkte streek is thans zo uitgemergeld dat het van regeringswege te lange leste tot rampgebied werd uitgeroepen.

,,Je eet, slaapt, ziet, drinkt en leeft droogte”, omschrijft de vrouw van een Noordkaapse boerenleider de stress in dagblad Die Burger. Op een begeleidende foto loopt haar echtgenoot over de verschroeide grond naar hun overgebleven schapen. De magere beesten leven nog mede dankzij voer dat wordt geschonken door collegaboeren van elders die er beter voorstaan. Ook kerken bieden hulp met inzamelingsacties. Solidariteit wordt hier te velde nog met Hoofdletters geschreven.

‘Volgend jaar is voor mij het einde in zicht’, hield deze boerenvoorman, Willem Symington, begin dit jaar de minister van Landbouw persoonlijk voor. Die stond even met zijn mond vol tanden.

Want het einde betekent voor boer Symington, nog heel wat meer dan een faillissement. ‘Ik ben een 55-jarige blanke man. Ik kan nergens heen’, zegt hij tegen Die Burger. Tijdens de laatste grote droogte die de Noord-Kaap een eeuw geleden trof, verhuisden veel boeren naar de steden waar zij bij de spoorwegen of in de mijnen gingen werken. Maar zo’n alternatief is er niet meer voor de blanke minderheid te midden van de massawerkloosheid die al heerst onder de zwarte meerderheid.

‘Wij hebben hier alleen de landbouw’, zegt Symington. Naast mijnbouw, draait de economie in de Noord-Kaap inderdaad op de boeren. Vallen zij weg, dan verliezen ook hun arbeiders huis en haard en raken hele dorpen in verval. Deze aftakeling is zichtbaar gaande.

Dus móét Symington als boer zien te overleven totdat zijn land na zeven droge jaren eindelijk weer water krijgt. ‘De regen gaat zeker komen’, praat hij zichzelf moed in. En dat helpt, want in de Noord-Kaap regent het eindelijk weer. En stevig ook, bij tijd en wijle.

De regering heeft inmiddels 300 miljoen rand (19 miljoen euro) aan nationale noodhulp voor de Noord-Kaap toegezegd. Maar dat geld is alleen bestemd voor nieuwe boringen naar grondwater. Dat moet steeds dieper worden gehaald en is vaak brak en daarmee slecht bruikbaar.

‘Wij hebben voer nodig om onze dieren en daarmee ons bedrijf in leven te houden”, klinkt het alom uit de Noord-Kaap. Maar aan dat soort hulp denkt de ANC-regering niet.

Die is vooral druk doende met een wijziging van de Grondwet die nu nog het recht op privaat eigendom beschermt. De regering wil voortaan zelf gaan bepalen tegen welke prijs vooral grond wordt onteigenend. Die prijs wordt nu nog vastgesteld door de rechter, maar deze rechtsgang is de hardliners in het ANC te stroperig. Veel te weinig landbouwgrond komt daardoor volgens hen terecht in staatshanden.

Grondhervorming is van meet af aan een ideologisch ANC-speerpunt om de blanke economische overheersing uit te wissen. In praktijk betekent dit overigens bitter weinig. De overdracht van al onteigende boerderijen aan zwarte boeren stagneert ernstig en veel landbouwgrond raakt daardoor in onbruik, zo heeft de regering zelf aan het parlement gemeld.

Nu de droogte veel boeren in problemen brengt en de agrarische productie slinkt, is grondhervorming in Zuid-Afrika vooral symboolpolitiek die nota bene door president Cyril Ramaphosa nieuw leven wordt ingeblazen.

De opvolger van de corrupte Jacob Zuma die in 2019 werd weggestuurd, startte een charmeoffensief om de kwakkelende economie met buitenlands kapitaal op te krikken.

Investeerders blijven echter weg nu de elektriciteit in het land door wanbeheer van het staatsbedrijf Eskom regelmatig uitvalt. Zij zullen nóg verder worden afgeschrikt als ook het eigendomsrecht op losse schroeven komt te staan.

Het parlementaire spel hierover komt op de wagen, voorafgegaan door publieke hoorzittingen waar voor- en tegenstanders de degens kruizen. Een bitter en langdurig gevecht ligt in het verschiet en zal de reputatie van Zuid-Afrika verder bezoedelen.

Nieuwe misère heeft zich intussen aangediend. De boerencrisis tast de kredietwaardigheid van de Landbank aan. Deze Zuidafrikaanse boerenleenbank – staatseigendom – vormt al sinds 1905 het fundament voor de agrarische ontwikkeling. Maar omdat steeds meer boeren het loodje leggen en hun leningen niet meer afbetalen moet de Landbank zelf hogere rente gaan betalen om nog kapitaal te kunnen aantrekken. Die wordt dan weer doorberekend aan de clientèle die het daardoor nóg moeilijker krijgt.

Deze neerwaartse spiraal leidt tot groeiend onbehagen binnen de boerengemeenschap over de toekomst van de Landbank die ook al wordt geplaagd door wanbestuur vanuit de overheid.

In de Noord-Kaap wordt het gevecht tegen de droogte ondertussen gevoerd met veel inventiviteit en daadkracht. Diep in de Kalahari, het uiterste noordoosten van de Noord-Kaap, werken boeren en overheid samen aan verlenging van een 1475 kilometer lange pijpleiding die water uit twee ondergrondse meren in mijnbouwgebied aanvoert.

Een levensader voor veel boeren en burgers in dit woestijngebied waar droogte een gegeven is.

Deze pijpleiding is het levenswerk van vader en zoon Loots, zo valt te lezen in Landbouweekblad. Paul junior is verantwoordelijk voor het onderhoud. Maandelijks rijdt hij met zijn ‘bakkie’ 6000 tot 8000 kilometer door het zand om problemen in de watervoorziening digitaal op te sporen en te verhelpen. Hightech in de woestijn.

De impact van de droogte kent in Zuid-Afrika vele gezichten. De ene dag lezen wij dat in de Vrijstaat de maïs door de goede regen al op heuphoogte staat en schapen schuil gaan in het groeiende gras. Een dag later staat in de krant dat dezelfde provincie 900 miljoen rand (57 miljoen euro) droogtehulp krijgt. Ook nog eens aanzienlijk meer dan gevraagd! Het gevecht om de verdeling van dit geld begon meteen. Boeren vrezen al weer aan ‘de laaste speen te suig’.

De regering heeft te lange leste de droogte tot nationale ramp verklaard. Dat lijkt heel wat, maar onduidelijk is wat dit toevoegt aan de beperkte hulp die de allerdroogste gebieden al ontvangen. Want de staatskas is leeg.

De minister van water, Lindiwe Sisulu – dochter van ANC-grootheid wijlen Walter Sisulu – heeft nu 26 Cubaanse ingenieurs gecharterd voor hulp bij de bestrijding van de droogte. Cuba wordt vaker te hulp geroepen sinds Fidel Castro het ANC steunde in zijn strijd tegen de apartheid.

In boerenkringen vraagt men zich in alle scepsis af wat de Cubanen komen doen. Goede Zuid-Afrikaanse ingenieurs zijn voorhanden, maar werden aan de kant geschoven.

Het lijkt een desperate poging van Sisulu om er nog iets van te maken op een departement dat door 30 jaar corruptie en wanbeheer op apegapen ligt. In Zuid-Afrika hebben nog steeds 21 miljoen mensen – een derde van de bevolking – geen schoon water.

De minister reisde laatst af naar een uitgedroogd dorp in de Oost-Kaap waar de bevolking in opstand kwam. Zij zegde toe snel watertanks te zullen leveren, maar dat gebeurde niet. Slechte reclame voor het ANC, met de gemeenteraadsverkiezingen van 2021 in het vooruitzicht.

Het watergebrek is te meer schrijnend nu handen wassen er bij het volk wordt ingehamerd als het belangrijkste wapen tegen de verspreiding van het Corona-virus. Zonder water (en zeep) in doorgaans zwakke sanitaire omstandigheden, lopen miljoenen Zuid-Afrikanen besmettingsgevaar.

Los van deze droefenis, koersen de boeren in de Vrijstaat, de maïsschuur van Zuid-Afrika, aan op een recordoogst. Beelden tonen velden vol maïs, waar je ook kijkt.

En in de Kaapse wijnlanden lonkt een prachtige druivenoogst. De droogtedip van 2019 in het eminente bestaan van de Kaapse wijnmakers , is alweer vergeten.

Zo wisselen droogteleed en watervreugde elkaar in onvergelijkbare mate af in het grillige Zuid-Afrikaanse klimaat.

Het klimaat aan de Kaap: de dag dat het water niet op was

‘Laten we water besparen, niet alleen vandaag maar altijd’.

Deze verstandige oproep motiveert de toiletgebruiker in het winkelcentrum Waterfront aan de haven van Kaapstad tot spaarzaamheid. Het goede voorbeeld wordt ook aangereikt. Hier spoel je geen drinkwater door het toilet maar grijs of gerecycled water.

Het is een schaars overblijfsel van de waterbesparingsmanie die twee jaar eerder heerste. In de zomer van 2018 was de moederstad van Zuid-Afrika in de ban van Day Zero: de dag dat er geen water meer uit de kraan zou komen. Het peil in de 14 stuwmeren die Kaapstad van drinkwater moeten voorzien, was zo dramatisch laag dat het stadsbestuur de noodtoestand afkondigde.

De Kapenaars werden op een rantsoen van 50 liter kraanwater per dag gezet. Wie meer nodig had – 50 liter is zwaar afzien voor de gegoede burger met navenante waterbehoefte – moest zich begeven naar een centraal punt waar bronwater van de Tafelberg kan worden getapt. Dat bevindt zich in de welgestelde wijk Nieuwland, alom bekend van de legendarische rugby- en cricketstadions.

Aldaar heerste toen een permanente verkeerschaos omdat gemotoriseerde Kapenaars massaal oprukten naar de waterbron om hun jerrycans te vullen.

Zo’n beeld van rijen wachtenden bij een watertappunt zie je doorgaans louter in de townships en informele nederzettingen op de Kaapse vlakte, ver weg van de Tafelberg. Rijk en arm verkeerden in hun eerste levensbehoefte ineens op voet van gelijkheid.

Dat is inmiddels verleden tijd. Het doemscenario kwam niet uit. Dag Nul brak niet aan, omdat het waterverbruik daalde en het uiteindelijk in de Kaap weer regende. Eerst mondjesmaat, maar in de winter van 2019 als vanouds overvloedig, zodat de waterreservoirs zich na jaren weer vulden.

Daarmee vervlakte de urgentie van waterbesparing. In restaurants en café’s stromen de kranen en spoelen de toiletten weer als vanouds. En het voor Kaapstad o zo vitale maar ingezakte toerisme bloeide weer op sinds de watercrisis uit de internationale media is verdwenen. Het Corona-virus haalt daar nu een dikke streep door. Het toerisme ligt volledig op zijn gat. Dat spaart water.

De droogte blijft niettemin manifest. Tijdens de laatste hittegolf, met temperaturen van 30 tot 40 graden, was het zakkende waterpeil van de reservoirs in de Kaapse metropool weer in het nieuws. Het grootste waterreservoir, de Theewaterskloofdam is echter nog voor meer dan de helft gevuld. Vorig jaar om deze tijd was dat nog geen 40%. Met de winter in het vizier, maken de Kapenaars zich over een watertekort geen zorgen. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Langs de westkust, drie uur noordelijk van Kaapstad, liggen de kaarten anders. Het waterpeil in de grote dam bij het gortdroge dorp Clanwilliam, een belangrijk reservoir voor de regionale citrusteelt, verdampte in fors tempo naar 25 procent. In de verschroeiende hitte regent het daar al maanden niet of nauwelijks.

Een groots project om de Clanwilliamdam fors op te hogen kwam enkele jaren wegens geldgebrek tot stilstand, maar is nog niet van de baan. Want de roep om water is groot om meer landbouwgrond te kunnen bevloeien en daarmee meer boeren bestaansrecht te geven.

Of het wel hard genoeg zal regenen om dat reusachtige reservoir straks vol te krijgen, is geen punt van discussie in de drang naar economische ontwikkeling. Meer zorgen baart de langdurige staat van verval waarin het ministerie van water verkeert. Terugkerende berichten over hardnekkige corruptie en wanbestuur op het departement, zijn ook voor het Clanwilliamproject geen goed teken.

In het zuidelijk deel van de provincie West-Kaap is de droogte half januari ook manifest. Aan weerszijden van de N2, de hoofdverkeersader tussen de havensteden Kaapstad en Port Elizabeth, kleurt het uitgemergelde landschap rood, zo ver het oog reikt.

‘Wink Dag Zero’?, kopt het Afrikaanstalige weekblad Forum. Dat verschijnt in de gemeente Hessequa, 280 kilometer ten oosten van Kaapstad. En met reden. Twee waterbekkens in deze gemeente raken onder de verschroeiende zon in hoog tempo leeg. Als dit zo zou doorgaan komt er in sommige dorpen volgens de krant over een maand geen druppel meer uit de kraan.

De autoriteiten kondigen dan ook verdere waterbesparingen aan: voor boeren die 40 procent minder rivierwater mogen aftappen, en ook voor burgers. En die waren al verscherpt naar een limiet van 150 liter per persoon per dag. Bovendien mag de tuin nog maar één keer per week twee uur lang worden besproeid. De auto moet je met een emmertje water wassen.

‘Toch lijkt het erop dat inwoners in onze streek zich niet storen aan de beperkingen’, constateert Forum. Het blad illustreert dit met een foto van de meest ergerniswekkende waterverspilling: een auto die nog steeds met de tuinslang wordt afgespoten.

Maar toen kwam er hulp van boven.

Een koufront zorgt een dag of drie voor motregens die lekker wegzakken in de gortdroge kleigrond. Later gevolgd door onstuimige buien, voortgestuwd door de aanzwellende zuidooster. Normaal gesproken een wind die in de Kaapprovincie borg staat voor stabiel zomerweer. Maar ditmaal niet. Een week lang regen is eveneens abnormaal voor de zomer. Het klimaat lijkt op hol geslagen. Het weer wordt meer en meer onvoorspelbaar.

Zware buien trekken de laatste weken over grote delen van Zuid-Afrika. De droogte verdwijnt naar de achtergrond. Dag Nul blijft ook in Hessequa buiten beeld. ‘s Lands weerdienst blikt optimistisch vooruit: komende herfst en winter gaat het flink regenen.

Corona aan de Kaap: het ergste moet nog komen

Terwijl Coronapatiënten de Brabantse ziekenhuizen overspoelen, krijgt het virus ook Zuid-Afrika steeds meer in zijn greep.

Hier in de West-Kaap zijn de scholen dicht, is het rijke culturele leven in het hart van het festivalseizoen volledig tot stilstand gekomen, zijn alle sportcompetities stilgelegd, bijeenkomsten massaal afgelast, openbare gebouwen gesloten, winkels en restaurants uitgestorven. De president heeft Zuid-Afrika tot rampgebied verklaard. Tienduizend kilometer zuidwaarts komt Brabant ineens dichtbij.

Buitenlanders worden steeds hardhandiger geweerd en vakantiereizen naar het buitenland zijn opgedroogd. Corona kwam ook in Zuid-Afrika van buiten. Wie nu het land verlaat, krijgt het verdraaid lastig om er weer in te komen.

Cruiseschepen mogen niet meer onze havens in, bulderde de minister van transport deze week in de microfoons van de publieke omroep SABC. Een schip dat desondanks nog het ruime sop koos richting Mozambique moest op ministerieel bevel bij terugkeer in de haven van Durban worden tegengehouden.

De 2400 passagiers, hoofdzakelijk Zuid-Afrikanen, zouden in quarantaine worden geplaatst. Dat ging vervolgens toch niet door omdat het schip slechts op zee had rondgedobberd en niemand ziek werd. Mozambique beliefde deze gasten niet aan land. Veel onvrede en spanningen aan boord. Weggegooid geld, zo’n cruise. En bovendien schadelijk voor het milieu.

Het gaat in Zuid-Afrika inmiddels alleen nog over Corona. In niets te vergelijken met de pronte sigaar die ik in een ver verleden graag opstak. Al is die ook slecht voor je longen.

De aantallen besmettingen zijn hier aan de Kaap nog een fractie van die in Brabant. En het is vooral te hopen dat het virus door alle opgelegde beperkingen en voorzorgsmaatregelen kan worden ingedamd. Want als Corona de grote townships en informele nederzettingen op de Kaapse vlakte bij Kaapstad binnendringt, zal het leed niet te overzien zijn.

De vele zwakkeren in deze overbevolkte wijken, waar tbc en hiv welig tieren, worden dan ziek bij bosjes. De gezondheidszorg – in de West-Kaap bepaald niet slecht – kan zo’n toeloop allerminst verwerken. Veel levens gaan dan verloren. Italiaanse misère in veelvoud.

Nog maar drie weken geleden maakte Zuid-Afrika zich vooral druk over de repatriëring van ruim honderd landgenoten uit het Chinese Wuhan, waar het allemaal begon met Corona. De Chinezen die tegenwerkten, piloten die weigerden te vliegen, hotels die deze virusvrij geteste expats niet in quarantaine wilden nemen.

Inmiddels hebben de overgevlogen expats hun 21 dagen ‘opsluiting’ in een luxe vakantie-oord in noordelijk Zuid-Afrika al goeddeels achter de rug. Op kosten van de belastingbetaler, terwijl het virus daarbuiten oprukt. Ondoordachte geldverspilling.

‘Zijn we er werkelijk klaar voor?’, uit een bekende columnist van de Sunday Times op 1 maart zijn twijfels over geruststellende berichten uit het regeringskamp. Want er gaat heel veel mis bij de overheid in dit land.

Die zondag is het virus nog niet aangeland. ‘Dit is slechts een kwestie van tijd’, voorspelt de Cape Times, de krant van Kaapstad, twee dagen later. President Ramaphosa schudt dan nog breed lachend de ene na de andere hand.

En de media lopen zich warm voor twee monumentale evenementen in de metropool van Kaapstad: de eendaagse fietsronde over het schiereiland met 31.000 deelnemers uit binnen- en buitenland en het culturele festival ‘Woordfees’ in de puissant rijke universiteitsstad Stellenbosch waar het Afrikaans een volle week victorie kraait.

Dan worden de eerste drie Corona-gevallen gemeld. ‘De Zuid-Afrikanen hebben niets te vrezen. Er is geen rede voor paniek. We hebben alles onder controle. Nies of hoest in een zakdoek en was je handen’, spreekt de minister van gezondheid zondag 8 maart tot verontruste inwoners van Pietermaritzburg.

Een dag later, op 10 maart, breekt zwarte maandag aan: de olieprijzen en de aandelenbeurzen storten tegelijk in elkaar. De Coronapsychose treft de wereldeconomie en het al verzwakte Zuid-Afrika voelt dat het zwaar de klos zal zijn.

De president schudt meteen geen handen meer, maar demonstreert de ellebooggroet. En komt met scherpe maatregelen die het leven gaan beheersen. Het parlement staat als één man en vrouw achter hem, een unicum in dit land vol bittere tegenstellingen.

‘s Morgens in alle vroegte hoor je op de radio verkeersberichten over de vele taxi’s en bussen die stuk voor stuk worden ontsmet om uitbraken onder forenzen te voorkomen. Wie werk heeft, gaat op pad. Anders volgt direct de vrije val naar armoede waar zoveel werkloze (zwarte) Zuid-Afrikanen in leven.

Mijn westerse gedachten gaan terug naar de Aziatische griep die ik als klein jongetje onder de leden kreeg en waar wereldwijd 1,1 miljoen mensen aan bezweken. En naar de oliecrisis van 1973 met haar autoloze zondagen. Fietsen en voetballen op de snelweg. Wat hebben we ervan genoten!

Onze Afrikaanse vrienden herinneren zich van die oliecrisis vooral dat ze er tergend lang over deden om per auto Kaapstad te bereiken. Met slechts enkele tankstations open en een snelheidslimiet van 80 kilometer, afgekondigd door de regering om brandstof te besparen.

Dezer dagen zien we hier aan de Kaap minder verkeer op wegen en in straten. Het openbare leven zakt in elkaar. Dat de benzine komende maanden behoorlijk goedkoper wordt, is een lichtpuntje in dit uitgestrekte land waar heel veel autokilometers over asfalt en veel grondpaden de samenleving aan de praat moeten houden.

Schrijnend is de grondige uitroeiing van het eens zo florerende treinenstelsel als betaalbaar vervoermiddel voor het volk. In de steden zijn de overgebleven treinen nu ook van het spoor verdwenen. En daarmee ook onbeheersbare infectiehaarden, een gelegenheidswinst.

Na twee weken Corona is de schade beperkt: meer dan 200 zieken, geen doden. Het ergste moet echter nog komen, rekenen deskundigen ons op de radio voor. Je hoopt vooral dat ze ongelijk krijgen en Afrika nu eens gespaard blijft.

Regelterreur treft ook natuurbescherming

De regelzucht die de gezondheidszorg en het onderwijs terroriseert, blijkt ook in de natuurbescherming meedogenloos te hebben toegeslagen.

‘Elk jaar komen er tientallen regels bij. Je kunt geen poot meer verzetten. Boeren en natuurbeschermers worden steeds meer aan banden gelegd. Het gaat niet meer om het doel maar om het goed naleven van de regels. Omdat we van subsidies afhankelijk zijn, moet je er wel in meegaan.’

Dit verzucht de bekende bioloog Henk Moller Pillot in het wintermagazine van Brabants Landschap.

De 83-jarige Tilburger is een legendarische figuur in de Brabantse natuurbeschermingswereld en wordt ook ver daarbuiten gerespecteerd als groot deskundige van de waternatuur.

Veertig jaar lang deed Moller Pillot zes keer per maand zijn ronde door het Tilburgse Leijpark en telde de vogels die hij daar tegenkwam. Hij verwerkte en analyseerde het verzamelde materiaal en beschreef zijn ervaringen in het lezenswaardige boek ‘De vogels van het Leijpark’ dat in 2015 verscheen.

Zijn inzet voor de stadsnatuur werd twee maanden geleden beloond met de Tilburg Trofee, tijdens de herdenking van 80 jaar Leijpark. Dit eerbetoon weerhoudt de laureaat echter niet van kritiek op de gemeentelijke regelzucht. ‘Tilburg heeft twee ecologen in dienst, vanwie er één alleen maar kijkt hoe de regels zijn. Wat moet je als gemeente doen om niet tegen de regels in te handelen? Dat is heel demotiverend voor natuurbeschermers’, spuit hij in het magazine zijn ergernis tegenover interviewer Thijs Caspers.

Het artikel handelt vooral over de ervaringen van Moller Pillot als lid van het eerste uur van een deskundigencommissie die Brabants Landschap sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw adviseert over het beheer van natuurgebieden.

Dat waren tijden waarin de bemoeienis van de overheid met deze tak van sport nog in openbaarheid viel te volgen. De natuurgronden die Brabants Landschap met overheidsgeld wilde kopen moesten tot in de jaren negentig door Provinciale Staten worden goedgekeurd. Ambtenaren verschenen ter vergadering om uitleg te geven.

Een en ander ontaarde soms in verhitte politieke discussies over de noodzaak van dergelijke aankopen die bij het toen nog machtige CDA en de VVD lang niet altijd goed vielen.

Onder bestuurlijke druk, gaven de Staten later hun beslissingsbevoegdheid over natuuraankopen uit handen aan Gedeputeerde Staten (GS), het dagelijks bestuur van de provincie. GS-besluiten hierover werden nog wel openbaar gemaakt, maar de politieke controle op natuuraankopen verwaterde.

Inmiddels laat de provincie de financiering en uitgifte van gronden voor natuurontwikkeling volledig over aan het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Deze verzelfstandigde overheidsdienst heeft hiervoor nog een half miljard euro in kas en beschikt over een eigen bureaucratie om dat geld te spenderen en dus ook om te controleren of de verstrekte pecunia wel volgens de regels worden besteed.

Die regels liggen vast in het Natuurbeheerplan voor Brabant waarmee het provinciebestuur de natuurdoelen per kavel of gebied bepaalt. Zoals daar zijn: vochtig hooiland, kruiden- en faunarijk grasland, droge heide en vochtige heide. De provincie en het Groen Ontwikkelfonds tonen op hun sites een topografische kaart van het Brabantse natuurnetwerk waarop dit alles tot op detailniveau is te zien.

Natuurorganisaties als Brabants Landschap moeten de voorgeschreven natuurdoelen vastleggen in voorgeschreven beheerplannen, die van overheidswege worden gecontroleerd en beoordeeld. Elke grondaankoop die zij vervolgens willen doen wordt door een geheimzinnige commissie van deskundigen van het Groenfonds tot in detail beoordeeld.

Hier ontwikkelt zich – binnenskamers en oncontroleerbaar – de regelzucht waar Henk Moller Pillot zijn buik vol van heeft. En hij is bepaald niet de enige in de natuurbeschermingswereld.

Nieuwste bureaucratische topattractie is de zogeheten impactmeting. Uiteraard is hiervoor weer een commissie in het leven geroepen. Die bekijkt of de natuurorganisatie voldoende betekenis aan het beheer weet te geven. Voor de natuur en voor het publiek. Daar worden rapportcijfers voor gegeven. Bij te veel onvoldoendes, zwaait er ongetwijfeld wat.

Ergens in overheidsland wordt al deze regelzucht opgetuigd. Waar en door wie, valt met zeer grote moeite misschien nog te achterhalen. Maar op voorhand is al vast stellen dat dit bedenksels zijn van ongrijpbare bureaucraten die ver af staan van de werkelijkheid.

En de Brabantse natuur? Die heeft ondertussen vooral last van verdroging. Nóg een droge zomer en vooral op de hogere zandgronden gaan zware klappen vallen. Daar staat het grondwater nog steeds verontrustend laag, ook al omdat er permanent te veel water wordt onttrokken. De winterregens van nu vullen dat tekort niet aan.

Eén ding is zeker: de ecobureaucratie gaat dit probleem niet oplossen.

Brabants bos en landschap ontberen nieuw perspectief

De ambities buitelen over elkaar heen. Twee miljard bomen erbij in Europa, proclameert de Europese Commissie in haar klimaatbeleid voor de komende 30 jaar. Het Nederlandse kabinet kondigt klimaatbossen aan in zijn maatregelen tegen de stikstofcrisis.

Staatsbosbeheer en Shell willen Nederland in 12 jaar verrijken met vijf miljoen bomen, op kosten van de oliemaatschappij. GroenLinks en SP in de Tweede Kamer hebben een nationaal plan voor 17 miljoen bomen in 20 jaar: een boom per inwoner.

De Partij voor de Dieren in Provinciale Staten wil voor iedere Brabander een boom planten. Het provinciebestuur zet in op aanleg van 13.000 hectare bos tot 2030. Te beginnen met 2500 hectare, zo staat in het Brabantse bestuursakkoord ‘Kiezen voor kwaliteit’ van vorig jaar.

Dergelijke ambities volgens de wet van de grote getallen moeten de indruk wekken dat de opwarming van de aarde op dit continent wel degelijk serieus bestreden gaat worden. Met al dat extra bos moet de alsmaar toenemende uitstoot van het broeikasgas CO2 substantieel worden afgevangen. Nieuwe en vitale bossen zijn ook belangrijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee de volksgezondheid te dienen.

Dat er in Nederland bos bijkomt is vooralsnog een utopie. Want er verdwijnen gestaag meer bomen dan er worden aangeplant. Het areaal Brabants bos – 75.000 hectare – kromp de afgelopen 30 jaar met 400 hectare, zo blijkt uit cijfers van Wageningen Universiteit . En dat terwijl er in deze provincie 11.000 hectare nieuwe natuur bijkwam, door omvorming van landbouwgrond. Deze ‘andere natuur’ omvat inmiddels 46.000 hectare. Hoe is zulke scheefgroei mogelijk?

Nationaal becijferden onderzoekers van de Wageningen Universiteit in het vakblad NBL (Natuur Bos Landschap) van september 2017 dat onder meer bos is gekapt voor andere natuur (zoals heide en zandverstuivingen), voor vervanging en verjonging van bos, bebouwing en wegen. Deze cijfers zijn echter niet uitgesplitst per provincie.

Een inkijkje in Brabant, biedt wél het recente rapport ‘Zorg voor landschap’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) . Dat keek naar 35 jaar ruimtelijke ontwikkeling in Het Groene Woud, het groene hart tussen Eindhoven, Tilburg en Den Bosch. Vergelijking tussen de topografische kaarten uit 1972 en 2017 laat vooral de verschraling zien van het landschap dat buiten het wél beschermde natuurnetwerk valt.

Dat werd geofferd aan bebouwing langs de randen van steden en wegen. Én viel ten prooi aan schaalvergroting. ‘Sloten zijn gedempt, beken rechtgetrokken, kavels samengevoegd, houtsingels gekapt of zo verwaarloosd dat ze geleidelijk verdwenen.’ Het PBL laat de oorzaak hiervan onvermeld, maar dit zijn onmiskenbaar de gevolgen van twee ruilverkavelingen die hun sporen trokken door het cultuurlandschap van Het Groene Woud.

Sluipende sloop van groen is ook binnen dorpen en steden sinds jaar en dag gaande. Zo valt ten gevolge van de ontkerkelijking de ene na de andere monumentale pastorietuin ten prooi aan projectontwikkelaars. Met de verkoop van historisch dorpsgroen als bouwgrond compenseren kerkbesturen hun slinkende inkomsten.

Dadelijk maakt de pastorietuin aan de Veldstraat in Liempde plaats voor 11 woningen. Deze groene oase in het dorpshart verdwijnt terwijl Liempde er tegelijkertijd ook een grote nieuwbouwwijk bij krijgt.

Op veel meer plaatsen in verstedelijkt gebied verdwijnen bomen omdat ‘ze in de weg staan’ of ‘overlast veroorzaken’.

Zoals in Den Bosch waar buurtbewoners, inmiddels met steun van de gemeenteraad, strijden voor het behoud van 34 majestueuze platanen in de spoorzone. ProRail wil deze groene longen van de Boschveldweg slopen voor reconstructiewerk. De bomen zijn te behouden, maar dat maakt het werk duurder. Deze strijd is nog onbeslist.

Ook over bomenkap binnen natuurgebieden ontstaat steeds meer maatschappelijk rumoer. Met name als bos wordt geofferd voor andere natuur, waarbij beheerders ook nog eens zijn vrijgesteld van herplant. Provinciale Staten willen inmiddels een rem zetten op het kappen van bomen ten faveure van schraalgronden als heide en zandverstuivingen.

Ook vindt de Brabantse politiek het hoog tijd dat de provincie bij illegale boskap eisen gaat stellen aan de kwaliteit van bomen die moeten worden herplant. Tot dusver kunnen wetsovertreders doorgaans ongestraft hun eigen gang blijven gaan. Dat betekent natuurverlies in het kwadraat.

Onder druk van de publieke opinie, deed Natuurmonumenten afgelopen zomer in een uitgebreide verklaring de belofte zich sterk te maken voor bosuitbreiding en zelf ook minder bomen te gaan kappen. Mochten er toch bomen moeten wijken voor herstel van open landschappen om daarmee bedreigde planten en dieren te kunnen behouden, dan gebeurt dat ‘in de toekomst alleen nog als iedere gekapte boom wordt gecompenseerd’.

Dergelijk herstelwerk voert Natuurmonumenten momenteel uit in de Kampina. Daar worden randen van drie vennen ontdaan van geboomte dat water wegzuigt en daarmee bijdraagt aan verdroging van deze vennen. Ook worden een zandverstuiving en stuifzandheide weer open gemaakt. Deze habitats in de Kampina genieten Europese bescherming, maar raken steeds sneller overgroeid onder invloed van de overmaat aan stikstof die als een deken over Brabant hangt.

Bij elkaar verdwijnt er in dit natuurreservaat bij Boxtel deze maanden zo’n 21 hectare ongewenste begroeiing zoals grove dennen, gewone berken en zomereiken. In doorsnee variërend van vijf tot 60 centimeter, zo meldde Natuurmonumenten begin 2019 aan de provincie die hier verder geen toezicht op houdt.

De vraag rijst of volwassen bomen die in deze hersteloperatie tegen de vlakte gaan, niet meteen zouden moeten worden gecompenseerd. Dat geldt met name voor naaldbomen. ,,Die filteren twee keer zoveel fijnstof uit de lucht als loofbomen, gebruiken weinig water en kunnen als geen andere boom op droge arme zandgronden staan”, oordeelt een groep van belangenorganisaties die strijdt voor behoud van bossen en bomen.

Zij riepen de provinciale politiek het afgelopen voorjaar op zich te keren tegen de heersende ‘discriminatie van naaldbomen’. ,,Het gemak waarmee deze bomen worden gekapt ten gunste van heide of zand moet stoppen.”

De heersende opvatting in provinciale natuurbeschermingskringen is evenwel dat de Brabantse bossen te zeer worden gedomineerd door dennen, eiken en beuken die samen de bodem verzuren en de natuur verarmen.

Geleidelijke omvorming en bosuitbreiding zijn hard nodig door aanplant van een grote variëteit aan soorten loofbomen die het bodemleven verrijken en ook bestand zijn tegen droogte, zo schetsten Bart Nyssen van de Bosgroep Zuid en provincie-ecoloog Wiel Poelmans begin 2019 in het al genoemde vakblad NBL. Geschikt daarvoor noemen zij de linde, esdoorn, haagbeuk, hazelaar, tamme kastanje en wintereik.

Dergelijke gemengde bossen zijn ‘klimaatslim’ omdat ze meer koolstofdioxide (het broeikasgas CO2) uit de atmosfeer halen en koolstof in de bodem vasthouden. Ook worden ze minder kwetsbaar voor ziekten en plagen die momenteel vooral essen en fijnsparren treffen.

Brabants Landschap zet deze maanden de zaag in fijnsparrenbossen waar na twee droge zomers de letterzetter danig heeft huisgehouden, zo meldt het op zijn site. Zij worden vervangen door andere soorten loofbomen, én grove dennen waar vogels als ransuil en goudhaantje zich thuisvoelen. Maar er blijven ook dode fijnsparren staan, als bron van voedsel voor de zwarte specht.

De gemeente Sint-Michielsgestel houdt in haar bossen rigoureuze opruiming onder essen die zijn opgevreten door het vals essenvlieskelkje. Ook daar komen allerlei andere loofsoorten voor terug.

Deze filosofie van de diversiteit lijkt ook door te klinken in het nieuwe bosbeleid dat de provincie in de grondverf heeft staan. Na het nodige overleg met het maatschappelijk middenveld krijgt dit beleid nu voorzichtig gestalte in het kersverse besluit van Gedeputeerde Staten om binnen het Brabantse natuurnetwerk meer ruimte te scheppen voor bos.

Gezocht wordt naar geschikte plekken in vooral de Brabantse beekdalen, maar ook in cultuurlandschappen als De Scheeken en De Mortelen tussen Boxtel, Best en Oirschot die tot het domein van Brabants Landschap horen.

Hoe dat al in zijn werk gaat, zet deze natuurbeheerder uiteen in zijn recente winternummer. In De Mortelen wordt vooral gemikt op aanwas van zeldzaam geworden bomen en struiken die daar van oudsher thuishoren, zoals fladderiep, winterlinde, mispel en viltroos. Zaad van oude overgebleven soorten wordt al jaren met succes opgekweekt en uitgeplant op openvallende plekken in het bos. Vooral populieren moeten hiervoor wijken.

Tot bosverdichting komt het niet in De Scheeken. Om dit ontginningslandschap vooral open te houden, plant Brabants Landschap alleen in de randen populieren(!) bij. Hierdoor ontstaan karakteristieke boomweiden waar natuurbeheer hand in hand gaat met boomteelt.

Meer bosaanleg is in beeld in het Dommeldal tussen de Belgische grens en Eindhoven. Dat zou heel goed uitkomen omdat vervuild beekdal daar dan wordt ingeplant in plaats van afgegraven.

Onduidelijk is of deze exercitie de 2500 hectare klimaatbos kan opleveren die het provinciebestuur tot 2024 voor ogen staat. Volgens Nyssen en Poelmans is het de bedoeling om binnen het Brabantse natuurnetwerk uiteindelijk 10.000 hectare bos aan te planten. Met de half miljard euro die het provinciale Groenontwikkelfonds nog voor de resterende invulling van dat netwerk heeft te besteden, kan dit proces worden gestuurd.

Fondsdirecteur Mary Fiers had kort geleden een ‘inspirerend gesprek’, zo twitterde zij, met TreesForAll om te bezien of samenwerking mogelijk is met deze bekende organisatie, die in binnen- en buitenland bomen plant ter compensatie van C02-uitstoot van vooral vliegreizen.

Wie bijvoorbeeld boekt via Vliegtickets.nl wordt gevraagd bomen te doneren aan TreesForAll. Dat geld komt onder meer terecht in het Nationaal Bossenfonds. De samenwerking hierbij met Staatsbosbeheer, krijgt voor het eerst ook gestalte in Brabant waar 6,5 hectare bos wordt aangeplant op een akker in natuurgebied De Pan nabij Sterksel.

In 2018 haalde TreesForAll 1,2 miljoen euro aan donaties binnen en plantte 174.000 bomen, waarvan bijna 61.000 in Nederland. Niet meer dan een (welkome) druppel op een gloeiende plaat. Grond voor bosaanleg komt slechts mondjesmaat beschikbaar.

Om alleen al de Brabantse ambitie voor de komende tien jaar te kunnen waarmaken is heel wat meer bos nodig dan nu in de pijplijn zit. Commerciële bosbouw zou hierbij kunnen helpen, zoals 100 jaar geleden veel heidevelden veranderden in dennenbossen voor stuthout in de mijnen.

Volgens voormalig provinciebestuurder Johan van den Hout dient zich hiervoor thans een klimaatmotief aan: huizen bouwen met hout in plaats van met steen en beton. Dat scheelt een hoop stikstof, mits je dat hout ook dichtbij huis aanplant. ,,Vruchtbare landbouwgrond leent zich daar uitstekend voor”, schetst Van den Hout in het winternummer van Brabants Landschap.

,,Wij moeten boeren gaan helpen met bosaanplant”, verklaarde Eurocommissaris Frans Timmermans onlangs in het tv-programma Buitenhof. Als de tweede man in Brussel hiervoor substantieel geld weet vrij te maken in het enorme Europese landbouwbudget (jaarlijks 50 miljard euro), wordt bosbouw mogelijk financieel haalbaar.

Dat nieuwe bosareaal moet dan wél duurzaam in stand blijven door houtkap en aanplant cyclisch op elkaar af te stemmen, zoals in Scandinavië gebeurt. Maar in Drenthe en Groningen ging dat heel anders. Een paar duizend hectare landbouwgrond die daar dertig jaar geleden werd bebost met rijkssubsidie is volgens Wageningse onderzoekers inmiddels weer ontbost. Als sluitstuk van een tijdelijke regeling die boeren vrijstelde van herplant. Dat schiet zo niet op.

Extra probleem in Brabant is nog dat landbouwgrond hard nodig is om mest uit de veeteelt kwijt te raken. Hoe minder grond daarvoor beschikbaar is, hoe meer mest industrieel moet worden verwerkt. En mestfabrieken stuiten toch al op grote maatschappelijke weerstand. Omschakeling naar grondgebonden landbouw waar de milieubeweging op hamert, zal de druk nog groter maken.

De prijzen van landbouwgrond zijn in Brabant de hoogste van het land: 70.000 tot 100.000 euro per hectare, bericht het kadaster. Dat maakt bosbouw peperduur.

Het is de vraag of bosuitbreiding omwille van het klimaat in het provinciehuis wel bestuurlijke prioriteit heeft. Tijdens de laatste Warandelezing in Tilburg die handelde over biodiversiteit, legde eerstverantwoordelijk gedeputeerde Rik Grashoff alle nadruk op herstel van het Brabantse bos. ,,Dat is er slecht aan toe. Zestigduizend hectare wordt bedreigd”, riep hij.

Als dat werkelijk zo is, resteert dus slechts 15.000 hectare gezond bos. Bitter weinig. Dan zal nieuw bos louter het oude kunnen vervangen. Daar schiet het klimaat voorlopig niets mee op.

De Brabantse Staten namen eind 2018 een motie van GroenLinks aan met de welluidende titel ‘Bomen zijn de oplossing’. Het provinciebestuur kreeg de opdracht om bij zijn verkenning naar CO2-compensatie ‘extra in te zetten op plaatsen waar bomen tot wasdom kunnen komen’.

Nu GroenLinks met Grashoff in het provinciebestuur aan de natuurknoppen draait, moet dit nog concreet worden gemaakt. En wel in de nieuwe Bosnota. Die is al geruime tijd in de maak, binnenskamers uitvoerig besproken met het maatschappelijk middenveld, maar nog steeds niet publiek gemaakt en evenmin aan de Staten voorgelegd.

Het politieke debat over de invulling van het bosbeleid wordt lastig. De provinciale coalitie heeft na vertrek van het CDA geen meerderheid in de Staten meer en hangt ook politiek uit het lood. De VVD vormt nu met GroenLinks, D66 en PvdA een monsterverbond dat zij niet wilde. Linksom of rechtsom moet steun worden gezocht en dat is een nooit eerder vertoond avontuur in de Brabantse politiek.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBLHoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen. -rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten niet alleen de ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Zoals gekanaliseerde Brabantse beken inmiddels weer kronkelen, kan ook het landschap van de Meierij stapsgewijs opnieuw worden aangekleed. Met kilometers nieuwe bomen en struiken die ook de kwaliteit van lucht en bodem verbeteren. Dit vergt doortimmerde plannen waar goede landschapsarchitecten voor nodig zijn.

Herstel van cultuurlandschap valt lokaal en (boven)regionaal te financieren met heffingen op projecten die bomen en ruimte opslokken, zoals woningbouw, aanleg van wegen en bedrijventerreinen, en stallenbouw.

Eis bijvoorbeeld voor iedere gekapte volwassen boom vier nieuwe bomen terug en compenseer elke te bebouwen hectare met een nieuw stuk bos. Ingewikkeld en duur? TreesForAll beschikt over een eenvoudig rekensysteem. Voor 25 euro gaan vier bomen de grond in, of wordt twee ton CO2 gecompenseerd. Dat wiel hoeft niet meer te worden uitgevonden.

Zo’n landschapsherstelproject vereist allereerst een goed samenspel tussen de provincie als regisseur, gemeenten, boerenbelangenbehartigers en natuurbeheerders.

Onmisbaar voor de uitvoering zijn bedrijven die beschikken over uitstekend kweekmateriaal en dat vervolgens zo aanplanten dat de jonge vegetaties lange droogteperiodes kunnen overleven. Nederlandse deskundigen passen zulke methodes al toe in de Sahara en in de binnenlanden van Spanje.

Zéér belangrijk bij dit alles is dat Brussel financieel meedoet. Want die nieuwe houtwallen en bomensingels langs akkers en weilanden hebben onderhoud nodig. Subsidie hiervoor uit de Europese landbouwkas kan een reguliere bron van inkomsten worden voor boeren die willen omschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Dan snijdt het mes aan twee kanten.

Zo’n onderhoudsplan voor het landschap is eerder bedacht door Brabants Landschap ten tijde van de enorme ruilverkaveling Sint-Oedenrode, maar stuitte toen op Europese mededingingsregels. Nu Frans Timmermans in Brussel zijn Green Deal waar moet gaan maken, gloort perspectief.

Stukje bij beetje kan dan toch invulling worden gegeven aan ambities die grossieren in grote getallen maar realiteitszin ontberen. Dat moet ook. Bos en landschap zijn hard aan verversing toe. Want Brabant heeft zuurstof tegen ademnood nodig.

.

Pagina 3 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén